| Bestand |
KST109524
|
| Inhoudsindicatie | In het kader van de modernisering van het zorgstelsel zal er in het veld van de zorg de komende jaren een toenemende aandacht zijn voor transparantie en borging van kwaliteit. De partijen die bij de zorgverlening betrokken zijn, zoals zorgondernemingen, zorgconsumenten en zorgverzekeraars, functioneren al als een systeem van 'horizontaal toezicht'. Daarnaast kan de overheid kan het systeem van 'verticaal toezicht' beperken tot die situaties waar nog risico aanwezig is. Dat verticale toezicht dient dan wel effectief te zijn. Daartoe dient onderhavig wetsvoorstel. Het wetsvoorstel beoogt het handhavingsinstrumentarium van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IZG) uit te breiden met de mogelijkheid om zelf corrigerend op te treden, met name door haar de bevoegdheid te geven tot het opleggen van een bestuurlijke boete. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de IZG de mogelijkheid te geven om, als daar aanleiding toe is, zonder toestemming van de betrokken patiënt diens patiëntendossier in te zien in het kader van haar toezichthoudende taak. Uitbreiding van de mogelijkheden de IGZ wordt voor de volgende wetten voorgesteld: Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, Kwaliteitswet zorginstellingen, Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, Wet klachtrecht cliënten zorginstellingen, Wet afbreking zwangerschap, Wet op de medische hulpmiddelen, Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal, Wet inzake bloedvoorziening en de Opiumwet. |
| Rubriek(en) |
Gezondheidszorg Strafrecht en strafprocesrecht Staats- en bestuursrecht |
| Dossier | 31122 nr. 2 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2006-2007, 31122, nr. 2, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 06-08-2007 |
| Datum vaststelling | 27-07-2007 |
| Document-id | KST109524 |
| Omvang | 10 |
| Inhoud |
31 122 Uitbreiding van de bestuurlijke handhavingsinstrumenten in de wetgeving op het gebied van de volksgezondheid (Wet uitbreiding bestuurlijke handhaving volksgezondheidswetgeving) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de slagvaardigheid bij de handhaving van een aantal wetten op het gebied van de volksgezondheid te vergroten door uitbreiding van de bestuurlijke handhavingsinstrumenten; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: HOOFDSTUK 1 BESTUURLIJKE BOETE Artikel 1 1. In deze wet wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens een wettelijk voorschrift, ter zake waarvan deze wet van toepassing is verklaard; c. overtreder: degene die de overtreding pleegt of medepleegt; d. bestuurlijke boete: de bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom. Artikel 2 1. Degene die wordt verhoord met het oog op het aan hem opleggen van een bestuurlijke boete is niet verplicht ten behoeve daarvan verkla- ringen omtrent de overtreding af te leggen. 2. Voor het verhoor wordt aan de betrokkene medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden. Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006–2007 KST109524 0607tkkst31122-2 ISSN 0921 - 7371 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 2007 Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 31 122, nr. 2 1 Artikel 3 1. Onze Minister maakt van de overtreding een rapport op. 2. Het rapport is gedagtekend en vermeldt in ieder geval: a. de naam van de overtreder; b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift; c. zo nodig een aanduiding van de |