| Bestand |
KST109525
|
| Inhoudsindicatie | inzage van patiëntendossiers. Ten slotte volgt een artikelsgewijze toelichting op het wetsvoorstel. |
| Rubriek(en) |
Gezondheidszorg Strafrecht en strafprocesrecht Staats- en bestuursrecht |
| Dossier | 31122 nr. 3 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2006-2007, 31122, nr. 3, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 06-08-2007 |
| Datum vaststelling | 27-07-2007 |
| Document-id | KST109525 |
| Omvang | 13 |
| Inhoud |
31 122 Uitbreiding van de bestuurlijke handhavingsinstrumenten in de wetgeving op het gebied van de volksgezondheid (Wet uitbreiding bestuurlijke handhaving volksgezondheidswetgeving) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING Inleiding In het kader van de modernisering van het zorgstelsel (Zorgverzekerings- wet en Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) zal er in het veld van de zorg de komende jaren een toenemende aandacht zijn voor transparantie en borging van kwaliteit. Grote vooruitgang is al geboekt in het zichtbaar maken en verbeteren van het presteren in de gezondheidszorg. Dit onder- werp staat hoog op de politieke agenda. Met de toenemende transparantie neemt ook het belang van een effectief toezicht op de kwaliteit van zorg toe. Op dit moment gaan zorgconsumen- ten immers vaak noodgedwongen uit van de veronderstelling dat de kwaliteit overal dezelfde is. Door meer transparantie komen echter ook de verschillen aan het licht. Dit inzicht in prestaties leidt ertoe dat niet alleen steeds duidelijker wordt waar de verbetermogelijkheden zitten, maar dat ook de risico’s steeds beter zichtbaar worden. De organisaties in het veld van zowel zorgondernemingen en professio- nals als zorgconsumenten en verzekeraars spelen hierbij een belangrijke rol, omdat zij elkaar scherp kunnen houden bij het permanent verbeteren van de prestaties. De partijen die bij de zorgverlening betrokken zijn, func- tioneren aldus als een systeem van «horizontaal toezicht». Zij zullen risico’s in de zorgverlening zo veel mogelijk willen indammen. Als dit systeem van «horizontaal toezicht» goed werkt, kan de overheid het «verticale toezicht» beperken tot situaties waar nog risico aanwezig is. Deze lijn sluit aan bij het kabinetsstandpunt over het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid «Bewijzen van goede dienstverlening». Dit verticale toezicht dient echter wel effectief te zijn. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de Inspectie voor de Gezond- heidszorg tevens de mog |