| Bestand |
KST114565
|
| Inhoudsindicatie | Hierbij reageert minister Klink (VWS) op de brief van de Kamer van 20 december 2007 (07-VWS-B-104) over de verhouding tussen de Wet uitbreiding bestuurlijke handhaving volksgezondheidswetgeving (31122) en de wijziging van de Warenwet in verband met de opneming van de mogelijkheid om een last onder bestuursdwang op te leggen en enkele andere wijzigingen enerzijds (31262) en de Vierde tranche Awb (29702) en de bijbehorende Aanpassingswet vierde tranche Awb (31124). Klink legt in onderhavige brief uit dat, zoals in de memorie van toelichting bij wetsvoorstel 31122 staat te lezen (nr 3, blz. 7), de juridische vormgeving van dat wetsvoorstel vooruitloopt op de vierde tranche van de Awb; dit betekent dat de terminologie van de wetsbepalingen reeds in overeenstemming is met die van de vierde tranche en dus niet meer hoeft te worden getoetst aan de "leidraad met de 91 vuistregels". Van afwijkende bepalingen is geen sprake. Hetzelfde geldt voor wetsvoorstel 31262. |
| Rubriek(en) |
Gezondheidszorg Strafrecht en strafprocesrecht Staats- en bestuursrecht Consument Consument |
| Dossier | 31122 nr. 6 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2007-2008, 31122, nr. 6, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 24-01-2008 |
| Datum vaststelling | 18-01-2008 |
| Document-id | KST114565 |
| Omvang | 2 |
| Inhoud |
31 122 Uitbreiding van de bestuurlijke handhavingsinstrumenten in de wetgeving op het gebied van de volksgezondheid (Wet uitbreiding bestuurlijke handhaving volksgezondheidswetgeving) 31 262 Wijziging van de Warenwet in verband met de opneming van de mogelijkheid om een last onder bestuursdwang op te leggen en enkele andere wijzigingen Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 18 januari 2008 Naar aanleiding van uw bovengenoemde brief van 20 december 2007 (07-VWS-B-104) over de verhouding tussen de Wet uitbreiding bestuurlijke handhaving volksgezondheidswetgeving (31 122) en de wijziging van de Warenwet in verband met de opneming van de mogelijkheid om een last onder bestuursdwang op te leggen en enkele andere wijzigingen enerzijds (31 262) en de Vierde tranche Awb (29 702) en de bijbehorende Aanpas- singswet vierde tranche Awb (31 124) merk ik het volgende op. Zoals in de memorie van toelichting bij wetsvoorstel 31 122 staat te lezen (nr. 3, blz. 7), loopt de juridische vormgeving van dat wetsvoorstel vooruit op de vierde tranche van de Awb; dit betekent dat de terminologie van de wetsbepalingen reeds in overeenstemming is met die van de vierde tranche en dus niet meer hoeft te worden getoetst aan de «leidraad met de 91 vuistregels». Van afwijkende bepalingen is geen sprake. Hetzelfde geldt voor wetsvoorstel 31 262. Zie daarvoor de toelichting op artikel op artikel I, onderdeel G en artikel IV. Omdat ten tijde van de indiening van wetsvoorstel 31 122 (27 juli 2007) rekening werd gehouden met de mogelijkheid dat dit wetsvoorstel eerder dan de vierde tranche het Staatsblad zou bereiken, is in hoofdstuk 1 de procedure voor het opleggen van een bestuurlijke boete opgenomen. Zoals eveneens in de hierboven aangehaalde memorie van toelichting is gezegd, wordt dat eerste hoofdstuk geschrapt zodra de vierde tranche in werking treedt. Indien dat laatste het geval is vóórdat wetsvo |