| Bestand |
KST123235
|
| Inhoudsindicatie | Nederland kent van oudsher de zogenaamde 39f-zendgemachtigden: kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag die via de landelijke publieke omroep specifiek aanbod van levensbeschouwelijke aard verzorgen. In deze brief gaat de minister in op hun positie. |
| Rubriek(en) |
Cultuur en taal Communicatie, media en informatievoorziening Communicatie, media en informatievoorziening Communicatie, media en informatievoorziening Communicatie, media en informatievoorziening Communicatie, media en informatievoorziening |
| Dossier | 31356 nr. 44 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2008-2009, 31356, nr. 44, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 23-10-2008 |
| Datum vaststelling | 13-10-2008 |
| Document-id | KST123235 |
| Omvang | 2 |
| Inhoud |
31 356 Vaststelling van een nieuwe Mediawet (Mediawet 20..) Nr. 44 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETEN- SCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 13 oktober 2008 In het Kamerdebat op 25 juni jl. (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2007–2008, nr. 101, blz. 7176–7218) naar aanleiding van de nieuwe Mediawet kwam de positie van zendgemachtigden op levensbeschouwe- lijke grondslag (39f-omroepen) aan de orde, met een korte discussie over hun positie in de nieuwe Mediawet. In het debat heb ik al kort aangegeven dat ik een maatschappelijke rechtvaardiging zie voor handhaving van dit type omroep. De heer Remkes heeft mij in het debat gevraagd dit toch nog eens tegen het licht te houden. Ik heb toegezegd hierop terug te komen. In deze brief informeer ik u hierover. Nederland kent van oudsher de zogenaamde 39f-zendgemachtigden: kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag die via de landelijke publieke omroep specifiek aanbod van levensbeschouwelijke aard verzorgen. Dit is ook tevens één van de maatschappelijke taken van de landelijke publieke omroep: een podium te bieden aan geloofsstromin- gen, niet aanvullend op overige aanbieders, maar als zelfstandig geposi- tioneerde zendgemachtigden met de voor hun achterban kenmerkende boodschap. Doordat dit aanbod deel uitmaakt van het totale media- aanbod van de landelijke publieke omroep kan een breed publiek van geïnteresseerden daarvan kennis nemen. Alleen genootschappen die representatief zijn voor een kerkelijke of gees- telijke hoofdstroming komen in aanmerking voor een zendtijdtoewijzing. Het toewijzingsbeleid van het Commissariaat voor de Media heeft onder meer als doel versnippering te voorkomen. Toelating van kerkelijke of geestelijke genootschappen geschiedt op basis van representativiteit voor een bepaalde hoofdstroming, waarbij er per hoofdstroming niet meer dan één organisatie wordt aangewezen. Onder hoofdstroming verstaat het Commissariaat |