| Bestand |
KST123641
|
| Rubriek(en) |
Communicatie, media en informatievoorziening Communicatie, media en informatievoorziening Communicatie, media en informatievoorziening Communicatie, media en informatievoorziening Communicatie, media en informatievoorziening |
| Dossier | 31356 nr. 45 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2008-2009, 31356, nr. 45, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 03-11-2008 |
| Datum vaststelling | 27-10-2008 |
| Document-id | KST123641 |
| Omvang | 3 |
| Inhoud |
31 356 Vaststelling van een nieuwe Mediawet (Mediawet 20..) Nr. 45 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETEN- SCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 27 oktober 2008 In uw brief van 5 september jl. (2008Z00235/2008D02835) met boven- staand kenmerk vraagt u om mijn reactie op een brief van de Stichting Programmaraad Oost-Gelderland die op 30 juni jl. aan de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de Tweede Kamer is gezonden. Daarin gaat de programmaraad in op het begrip «significant» in artikel 6.13, eerste en tweede lid, van het voorstel van wet tot vaststel- ling van een nieuwe Mediawet (Mediawet 20..) 1 (hierna aangeduid als «wetsvoorstel») en plaatst daar vraagtekens bij. Kennelijk is hier sprake van misverstanden en ik wil proberen deze op te helderen. Allereerst ga ik in op de bedoeling van artikel 6.13 van het wetsvoorstel. Op grond van dit artikel moeten de aanbieders van een omroepnetwerk in ieder geval vrij toegankelijk programma-aanbod op ten minste 15 omroepnetten voor televisie en 25 omroepnetten voor radio verspreiden (waaronder de zogenoemde must carry programma’s). Dat is, afgezien van wat terminologische verschillen, op grond van artikel 82i van de nu geldende Mediawet ook al het geval en verandert dus niet. De nu geldende bepaling ziet echter alleen op de situatie waarin alle aange- slotenen op het omroepnetwerk de programma’s analoog ontvangen en op de eindsituatie waarin alle aangeslotenen op het omroepnetwerk de programma’s (ook) digitaal ontvangen. Deze bepaling regelt dus niet de doorgifteplicht voor het digitale pakket voor de fase waarin we nu zitten: de overgangsfase van analoog naar digitaal waarin een deel van de aangeslotenen de programma’s digitaal ontvangt. Artikel 6.13 van het wetsvoorstel voorziet wel in een regeling voor deze fase. De verplichting voor de aanbieders van een omroepnetwerk om de programma’s analoog en/of digitaal door te geven is gekoppeld aa |