| Bestand |
KST74634
|
| Inhoudsindicatie | Met dit wetsvoorstel kan de gemeenteraad de burgemeester bij verordening de bevoegdheid verlenen om te besluiten tot de toepassing van cameratoezicht op een openbare plaats, indien het belang van de handhaving van de openbare orde daartoe noodzaakt. Het gaat hierbij uitsluitend op statische en langdurige vormen van cameratoezicht op openbare plaatsen. De burgemeester is belast met de uitvoering van het besluit tot plaatsing van camera's. Hij bepaalt de duur van de plaatsing en wijst de openbare plaats(en) aan waar de camera's geplaatst zullen worden. Ook stelt hij de periode vast waarin de door middel van cameratoezicht geregistreerde beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken. Het cameratoezicht moet voor burgers kenbaar worden gemaakt bijvoorbeeld door het aanbrengen van borden aan het begin van het door de camera's bestreken gebied. De met de toezichtcamera's gemaakte beelden vormen een register in de zin van de Wet politieregisters en kunnen worden gebruikt voor de opsporing of vervolging van strafbare feiten. |
| Rubriek(en) |
Strafrecht en strafprocesrecht Strafrecht en strafprocesrecht Staats- en bestuursrecht Criminaliteit en openbare orde |
| Dossier | 29440 nr. 2 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2003-2004, 29440, nr. 2, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 02-03-2004 |
| Datum vaststelling | 23-02-2004 |
| Document-id | KST74634 |
| Omvang | 3 |
| Inhoud |
29 440 Wijziging van de Gemeentewet en de Wet politieregisters in verband met de invoering van regels omtrent het gebruik van camera’s ten behoeve van toezicht op openbare plaatsen (cameratoezicht op openbare plaatsen) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET WijBeatrix,bijdegratieGods,KoninginderNederlanden,Prinsesvan Oranje-Nassau,enz.enz.enz. Allen,diedezezullenzienofhorenlezen,saluut!doenteweten: AlzoWijinoverweginghebbengenomen,dathetwenselijkisinde Gemeentewetregelsoptenemenomtrenthetgebruikvancamera’sten behoevevantoezichtopopenbareplaatsenalsmedeinverbanddaarmee deWetpolitieregisterstewijzigen; Zoishet,datWij,deRaadvanStategehoord,enmetgemeenoverleg derStaten-Generaal,hebbengoedgevondenenverstaan,gelijkWij goedvindenenverstaanbijdeze: ARTIKEL I IndeGemeentewetwordtnaartikel151beenartikelingevoegd,dat luidtalsvolgt: Artikel 151c 1. Deraadkanbijverordeningdeburgemeesterdebevoegdheid verlenenom,indiendatinhetbelangvandehandhavingvande openbareordenoodzakelijkis,tebesluitentotplaatsingvanvaste camera’svooreenbepaaldeduurtenbehoevevanhettoezichtopeen openbareplaatsalsbedoeldinartikel1vandeWetopenbaremanifes- taties.Deburgemeesterbepaaltdeduurvandeplaatsingenwijstde openbareplaatsofplaatsenaan,metinachtnemingvanhetgeen daaromtrentindeverordeningisbepaald. 2. Deburgemeesterstelt,naoverlegmetdeofficiervanjustitieinhet overleg,bedoeldinartikel14vandePolitiewet1993,deperiodevast waarininhetbelangvandehandhavingvandeopenbareordedaadwer- kelijkgebruikvandecamera’splaatsvindtendemetdecamera’s gemaaktebeeldeninelkgevalrechtstreekswordenbekeken. 3. Deburgemeesterbedientzichbijdeuitvoeringvanhetinheteerste lidbedoeldebesluitvandeonderzijngezagstaandepolitie. 4. Deaanwezigheidvancamera’salsbedoeldinheteerstelidisop Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar2003–2004 KST74634 0304tkkst29440-2 ISSN0921-7371 SduUitgevers ’s-Gravenhage2004 TweedeKamer,vergaderjaar2003–2004,29440,nr.2 1 duidelijkewijzekenbaarvooreeniederdiededesbetreffendeopenbare plaatsbetreedt. 5. Metdecam |