Laatste documenten binnen dossier 26492


23-11-1999

HAN7034A03 Wijziging van de Bankwet 1998

Handeling 1999-2000 HAN7034A03

28-04-1999

KST34862 Invoering van een verbod op het vervaardigen, voorradig hebben en verspreiden van drukwerken of andere voorwerpen, die, in verband met de invoering van de euro, ten onrechte de indruk zouden kunnen wekken dat ze wettig betaalmiddel zijn, alsmede aanpassing van het Wetboek van Strafrecht; Advies en nader rapport

Kamerstuk 1998-1999 KST34862

KST34861 Invoering van een verbod op het vervaardigen, voorradig hebben en verspreiden van drukwerken of andere voorwerpen, die, in verband met de invoering van de euro, ten onrechte de indruk zouden kunnen wekken dat ze wettig betaalmiddel zijn, alsmede aanpassing van het Wetboek van Strafrecht; Memorie van toelichting

Op 1 januari 1999 is de euro ingevoerd als rekeneenheid voor de geldstelsels van de landen die op dat moment voldoen aan de EMU-criteria en kan in die landen giraal met de euro betaald worden. Vanaf 1 januari 2002 zullen euromunten en -biljetten als wettig betaalmiddel in het betalingsverkeer worden gebracht. Daarna zijn guldens nog gedurende een korte periode wettig betaalmiddel, respectievelijk nog een aantal jaren in te wisselen. Met het oog op het grote belang van een soepele introductie van de euro en het vertrouwen van het publiek in de nieuwe munt is helderheid over de status van eventueel tijdens die overgangsperiode (1999-2001) in te voeren penningen en andere voorwerpen, al dan niet gelijkend op de toekomstige munten, geboden. Teneinde iedere onzekerheid uit te sluiten is er voor gekozen om bij afzonderlijke wet een specifiek op deze situatie toegesneden verbod in te voeren. Buiten het verbod vallen penningen en andere voorwerpen die evident niet de kenmerken van betaalmiddel hebben (zoals plastic speelgoedmunten en monopolygeld). Artikel 1 van de wet vervalt met ingang van 1 januari 2002. Om mogelijke verwarring over de status van uitgebrachte penningen na die datum, gedurende de periode dat de gulden nog wettig betaalmiddel is, te voorkomen, kent de wet een horizonbepaling: de wet is nog acht jaar nadien geldig. Artikel 3 van het wetsvoorstel, ter wijziging van artikel 84ter van het Wetboek van Strafrecht, geeft een definitiebepaling inzake muntspeciën, munt- en bankbiljetten. De in dit wetsvoorstel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen, bestraft met een geldboete vierde categorie of een hechtenis van bepaalde duur.

Kamerstuk 1998-1999 KST34861

KST34860 Invoering van een verbod op het vervaardigen, voorradig hebben en verspreiden van drukwerken of andere voorwerpen, die, in verband met de invoering van de euro, ten onrechte de indruk zouden kunnen wekken dat ze wettig betaalmiddel zijn, alsmede aanpassing van het Wetboek van Strafrecht; Voorstel van wet

Op 1 januari 1999 is de euro ingevoerd als rekeneenheid voor de geldstelsels van de landen die op dat moment voldoen aan de EMU-criteria en kan in die landen giraal met de euro betaald worden. Vanaf 1 januari 2002 zullen euromunten en -biljetten als wettig betaalmiddel in het betalingsverkeer worden gebracht. Daarna zijn guldens nog gedurende een korte periode wettig betaalmiddel, respectievelijk nog een aantal jaren in te wisselen. Met het oog op het grote belang van een soepele introductie van de euro en het vertrouwen van het publiek in de nieuwe munt is helderheid over de status van eventueel tijdens die overgangsperiode (1999-2001) in te voeren penningen en andere voorwerpen, al dan niet gelijkend op de toekomstige munten, geboden. Teneinde iedere onzekerheid uit te sluiten is er voor gekozen om bij afzonderlijke wet een specifiek op deze situatie toegesneden verbod in te voeren. Buiten het verbod vallen penningen en andere voorwerpen die evident niet de kenmerken van betaalmiddel hebben (zoals plastic speelgoedmunten en monopolygeld). Artikel 1 van de wet vervalt met ingang van 1 januari 2002. Om mogelijke verwarring over de status van uitgebrachte penningen na die datum, gedurende de periode dat de gulden nog wettig betaalmiddel is, te voorkomen, kent de wet een horizonbepaling: de wet is nog acht jaar nadien geldig. Artikel 3 van het wetsvoorstel, ter wijziging van artikel 84ter van het Wetboek van Strafrecht, geeft een definitiebepaling inzake muntspeciën, munt- en bankbiljetten. De in dit wetsvoorstel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen, bestraft met een geldboete vierde categorie of een hechtenis van bepaalde duur.

Kamerstuk 1998-1999 KST34860