Laatste documenten binnen dossier 30902


22-04-2009

KST130076 Wijziging van de Gemeente- en Provinciewet in verband met de evaluatie van de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur; Verslag algemeen overleg gehouden 12 maart 2009

Verslag van een algemeen overleg van 12 maart 2009 met staatssecretaris Bijleveld-Schouten (BZK) over de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 17 december 2008 over de staat van de dualisering (30902, nr. 15).

Kamerstuk 2008-2009 KST130076

24-01-2008

KST114598 Wijziging van de Gemeente- en Provinciewet in verband met de evaluatie van de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur; Tweede nota van wijziging

De thans voorgestelde aanpassingen betreffen onder meer de situatie dat een wethouder onderscheidenlijk een gedeputeerde te maken krijgt met vertrouwensverlies en of deze daarbij onmiddellijk ontslag zou moeten nemen.

Kamerstuk 2007-2008 KST114598

18-01-2007

KST104365 Wijziging van de Gemeente- en Provinciewet in verband met de evaluatie van de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur; Brief minister inzake een omissie in de Memorie van Toelichting (stuk nr. 3)

Omtrent het voorstel het aantal raadsleden te verminderen, heeft de VNG aangekondigd het bestuur van de vereniging nog nader te willen consulteren. De toelichting vermeldt echter abusievelijk: PM uitkomst consultatie.

Kamerstuk 2006-2007 KST104365

11-12-2006

KST103627 Wijziging van de Gemeente- en Provinciewet in verband met de evaluatie van de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur; Koninklijke boodschap

Kamerstuk 2006-2007 KST103627

KST103629 Wijziging van de Gemeente- en Provinciewet in verband met de evaluatie van de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur; Memorie van toelichting

de tijdsbestedingsnorm van wethouders. Sinds de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur zijn de wethouders geen lid meer van de gemeenteraad. De omvang van de gemeenteraden is echter gelijk gebleven. Het gevolg daarvan is dat op gemeentelijk niveau het aantal actieve politici met ongeveer 1500 is toegenomen. Met de dualiseringscorrectie worden de gemeenteraden zodanig verkleind dat het aantal actieve politici in gemeenten ongeveer op hetzelfde niveau komt te liggen als vóór de invoering van de dualisering. Met de wijziging van artikel 21 van de Gemeentewet en artikel 21 van de Provinciewet moet tot uitdrukking komen dat de wethouder/gedeputeerde als vanzelfsprekende partner van de raad/provinciale staten wordt betrokken bij de beraadslagingen van raad respectievelijk provinciale staten. De kern van de dualisering is weliswaar de ontvlechting van de raad en het college van burgemeester en wethouders, maar het is niet de bedoeling geweest de raad en het college in posities te brengen waarmee ze elkaar kunnen uitsluiten. Momenteel is sprake van onduidelijkheid over de besteding van de gelden voor fractieondersteuning en soms van onjuiste besteding van gelden. Dit kan mogelijk bijdragen tot negatieve beeldvorming over het (lokale) openbaar bestuur. Daarom wordt een amvb voorbereid waarin de kaders voor de besteding van gelden worden vastgelegd. Ten slotte voorziet dit wetsvoorstel erin om gemeenteraden in gemeenten tot en met 18000 inwoners volledig vrij te laten in de vaststelling van de tijdsbestedingsnorm voor wethouders. Hierdoor is de gemeenteraad in alle gemeenten vrij om, binnen de grenzen van de Gemeentewet, per wethouder een deeltijdfactor vast te stellen.

Kamerstuk 2006-2007 KST103629

KST103630 Wijziging van de Gemeente- en Provinciewet in verband met de evaluatie van de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur; Voorstel van wet

de tijdsbestedingsnorm van wethouders. Sinds de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur zijn de wethouders geen lid meer van de gemeenteraad. De omvang van de gemeenteraden is echter gelijk gebleven. Het gevolg daarvan is dat op gemeentelijk niveau het aantal actieve politici met ongeveer 1500 is toegenomen. Met de dualiseringscorrectie worden de gemeenteraden zodanig verkleind dat het aantal actieve politici in gemeenten ongeveer op hetzelfde niveau komt te liggen als vóór de invoering van de dualisering. Met de wijziging van artikel 21 van de Gemeentewet en artikel 21 van de Provinciewet moet tot uitdrukking komen dat de wethouder/gedeputeerde als vanzelfsprekende partner van de raad/provinciale staten wordt betrokken bij de beraadslagingen van raad respectievelijk provinciale staten. De kern van de dualisering is weliswaar de ontvlechting van de raad en het college van burgemeester en wethouders, maar het is niet de bedoeling geweest de raad en het college in posities te brengen waarmee ze elkaar kunnen uitsluiten. Momenteel is sprake van onduidelijkheid over de besteding van de gelden voor fractieondersteuning en soms van onjuiste besteding van gelden. Dit kan mogelijk bijdragen tot negatieve beeldvorming over het (lokale) openbaar bestuur. Daarom wordt een amvb voorbereid waarin de kaders voor de besteding van gelden worden vastgelegd. Ten slotte voorziet dit wetsvoorstel erin om gemeenteraden in gemeenten tot en met 18000 inwoners volledig vrij te laten in de vaststelling van de tijdsbestedingsnorm voor wethouders. Hierdoor is de gemeenteraad in alle gemeenten vrij om, binnen de grenzen van de Gemeentewet, per wethouder een deeltijdfactor vast te stellen.

Kamerstuk 2006-2007 KST103630