Verslag van een algemeen overleg van 12 maart 2009 met staatssecretaris Bijleveld-Schouten (BZK) over de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 17 december 2008 over de staat van de dualisering (30902, nr. 15).
Kamerstuk 2008-2009 KST130076Handeling 2008-2009 HAN8402A05
Handeling 2008-2009 HAN8402A04
Agenda 2008-2009 OVG1540
grondwetsevaluatief onderzoek.
Kamerstuk 2008-2009 KST126852grondwetsevaluatief onderzoek.
Kamerstuk 2008-2009 KST126675Bijlage BLG18514
Bijlage BLG18513
Bijlage BLG18416
Bijlage BLG18414
Bijlage BLG18415
Bijlage BLG18461
Kamerstuk 2008-2009 KST126427
Kamerstuk 2008-2009 KST123385
Kamerstuk 2008-2009 KST123128
Kamerstuk 2008-2009 KST122655
Agenda 2007-2008 OVG1500
Handeling 2007-2008 HAN8311A28
Handeling 2007-2008 HAN8309A08
Kamerstuk 2007-2008 KST120602
Kamerstuk 2007-2008 KST120228
Agenda 2007-2008 OVG1490
Agenda 2007-2008 OVG1487
Agenda 2007-2008 OVG1485
Agenda 2007-2008 OVG1483
Agenda 2007-2008 OVG1481
Agenda 2007-2008 OVG1479
de planning van de Staat van de dualisering (deel 2 van de Trendnota Staat van het bestuur).
Kamerstuk 2007-2008 KST118350Agenda 2007-2008 OVG1477
Agenda 2007-2008 OVG1475
Agenda 2007-2008 OVG1472
Agenda 2007-2008 OVG1470
Agenda 2007-2008 OVG1468
Agenda 2007-2008 OVG1466
Kamerstuk 2007-2008 KST116632
Agenda 2007-2008 OVG1464
Agenda 2007-2008 OVG1463
Agenda 2007-2008 OVG1461
Kamerstuk 2007-2008 KST115951
Met onderhavig amendement wordt de eerder uit het voorstel gehaalde 'dualiseringscorrectie' weer in het wetsvoorstel opgenomen.
Kamerstuk 2007-2008 KST115790Agenda 2007-2008 OVG1459
De thans voorgestelde aanpassingen betreffen onder meer de situatie dat een wethouder onderscheidenlijk een gedeputeerde te maken krijgt met vertrouwensverlies en of deze daarbij onmiddellijk ontslag zou moeten nemen.
Kamerstuk 2007-2008 KST114598Agenda 2007-2008 OVG1423
Kamerstuk 2007-2008 KST110273
Agenda 2007-2008 OVG1421
Agenda 2006-2007 OVG1419
Kamerstuk 2006-2007 KST107633
Kamerstuk 2006-2007 KST107634
Kamerstuk 2006-2007 KST104837
Omtrent het voorstel het aantal raadsleden te verminderen, heeft de VNG aangekondigd het bestuur van de vereniging nog nader te willen consulteren. De toelichting vermeldt echter abusievelijk: PM uitkomst consultatie.
Kamerstuk 2006-2007 KST104365Kamerstuk 2006-2007 KST103627
de tijdsbestedingsnorm van wethouders. Sinds de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur zijn de wethouders geen lid meer van de gemeenteraad. De omvang van de gemeenteraden is echter gelijk gebleven. Het gevolg daarvan is dat op gemeentelijk niveau het aantal actieve politici met ongeveer 1500 is toegenomen. Met de dualiseringscorrectie worden de gemeenteraden zodanig verkleind dat het aantal actieve politici in gemeenten ongeveer op hetzelfde niveau komt te liggen als vóór de invoering van de dualisering. Met de wijziging van artikel 21 van de Gemeentewet en artikel 21 van de Provinciewet moet tot uitdrukking komen dat de wethouder/gedeputeerde als vanzelfsprekende partner van de raad/provinciale staten wordt betrokken bij de beraadslagingen van raad respectievelijk provinciale staten. De kern van de dualisering is weliswaar de ontvlechting van de raad en het college van burgemeester en wethouders, maar het is niet de bedoeling geweest de raad en het college in posities te brengen waarmee ze elkaar kunnen uitsluiten. Momenteel is sprake van onduidelijkheid over de besteding van de gelden voor fractieondersteuning en soms van onjuiste besteding van gelden. Dit kan mogelijk bijdragen tot negatieve beeldvorming over het (lokale) openbaar bestuur. Daarom wordt een amvb voorbereid waarin de kaders voor de besteding van gelden worden vastgelegd. Ten slotte voorziet dit wetsvoorstel erin om gemeenteraden in gemeenten tot en met 18000 inwoners volledig vrij te laten in de vaststelling van de tijdsbestedingsnorm voor wethouders. Hierdoor is de gemeenteraad in alle gemeenten vrij om, binnen de grenzen van de Gemeentewet, per wethouder een deeltijdfactor vast te stellen.
Kamerstuk 2006-2007 KST103629de tijdsbestedingsnorm van wethouders. Sinds de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur zijn de wethouders geen lid meer van de gemeenteraad. De omvang van de gemeenteraden is echter gelijk gebleven. Het gevolg daarvan is dat op gemeentelijk niveau het aantal actieve politici met ongeveer 1500 is toegenomen. Met de dualiseringscorrectie worden de gemeenteraden zodanig verkleind dat het aantal actieve politici in gemeenten ongeveer op hetzelfde niveau komt te liggen als vóór de invoering van de dualisering. Met de wijziging van artikel 21 van de Gemeentewet en artikel 21 van de Provinciewet moet tot uitdrukking komen dat de wethouder/gedeputeerde als vanzelfsprekende partner van de raad/provinciale staten wordt betrokken bij de beraadslagingen van raad respectievelijk provinciale staten. De kern van de dualisering is weliswaar de ontvlechting van de raad en het college van burgemeester en wethouders, maar het is niet de bedoeling geweest de raad en het college in posities te brengen waarmee ze elkaar kunnen uitsluiten. Momenteel is sprake van onduidelijkheid over de besteding van de gelden voor fractieondersteuning en soms van onjuiste besteding van gelden. Dit kan mogelijk bijdragen tot negatieve beeldvorming over het (lokale) openbaar bestuur. Daarom wordt een amvb voorbereid waarin de kaders voor de besteding van gelden worden vastgelegd. Ten slotte voorziet dit wetsvoorstel erin om gemeenteraden in gemeenten tot en met 18000 inwoners volledig vrij te laten in de vaststelling van de tijdsbestedingsnorm voor wethouders. Hierdoor is de gemeenteraad in alle gemeenten vrij om, binnen de grenzen van de Gemeentewet, per wethouder een deeltijdfactor vast te stellen.
Kamerstuk 2006-2007 KST103630