Kamerstuk 2009-2010 KST141699
Agenda 2009-2010 OVG1615
Handeling 2009-2010 HAN8528A19
Kamerstuk 2009-2010 KST138897
Kamerstuk 2009-2010 KST138534
De beperking van het maximum aantal functies moet onder meer kwaliteit van bestuur en toezicht bij een rechtspersoon waarborgen en belangenverstrengeling voorkomen.
Kamerstuk 2009-2010 KST138095Kamerstuk 2009-2010 KST138032
Agenda 2009-2010 OVG1605
Kamerstuk 2009-2010 KST137996
Voor de toelichting op dit amendement wordt verwezen naar het amendement op wetsvoorstel 31058 nr. 17.
Kamerstuk 2009-2010 KST137999Kamerstuk 2009-2010 KST137957
Kamerstuk 2009-2010 KST138014
Kamerstuk 2009-2010 KST138011
Kamerstuk 2009-2010 KST137726
Kamerstuk 2009-2010 KST137724
Kamerstuk 2009-2010 KST137725
Kamerstuk 2009-2010 KST137723
Agenda 2009-2010 OVG1603
Agenda 2009-2010 OVG1601
Agenda 2009-2010 OVG1598
Kamerstuk 2009-2010 KST136403
Agenda 2009-2010 OVG1596
Met deze nota van wijziging wordt een verzuim hersteld waardoor het tweede lid van de voorgestelde artikelen 129a en 239a wordt aangepast aan de gewijzigde tekst.
Kamerstuk 2009-2010 KST136325Agenda 2009-2010 OVG1594
Agenda 2009-2010 OVG1590
Agenda 2009-2010 OVG1588
Agenda 2009-2010 OVG1585
Agenda 2009-2010 OVG1583
Agenda 2009-2010 OVG1580
Agenda 2008-2009 OVG1578
Agenda 2008-2009 OVG1576
Agenda 2008-2009 OVG1574
Agenda 2008-2009 OVG1572
Agenda 2008-2009 OVG1570
Agenda 2008-2009 OVG1563
Agenda 2008-2009 OVG1562
Agenda 2008-2009 OVG1560
Agenda 2008-2009 OVG1558
Kamerstuk 2008-2009 KST128018
Kamerstuk 2008-2009 KST128021
Kamerstuk 2008-2009 KST126612
Met dit wetsvoorstel is een regeling ingevoerd voor het opnemen van uitvoerende bestuurders en toezichthoudende bestuurders in één vennootschapsorgaan. Daarmee worden inrichting van bestuur en toezicht zowel volgens het dualistische als het monistische model wettelijk vastgelegd. Het wetsvoorstel bevat voorts regels voor het geval een bestuurder of commissaris een belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vennootschap. Bij de inrichting van een monistisch stelsel verdient dit onderwerp aandacht omdat de invoering van een stelsel waarbij uitvoerende en toezichthoudende bestuurders in één orgaan zitting nemen, niet zonder gevolgen kan blijven voor wetsbepalingen waarbij - doorgaans om redenen van corporate governance - een dwingendrechtelijke bevoegdheidsverdeling is gemaakt. Het wetsvoorstel is in overeenstemming met de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Economische Zaken en van Financiën opgesteld. Met het voorstel wil minister Hirsch Ballin (Jus) bijdragen aan het vergroten van de bruikbaarheid van de rechtsvorm van de naamloze en de besloten vennootschap in nationale en internationale ondernemingsverhoudingen. Nederland moet rekening houden met een vergrote concurrentie van rechtsvormen in het buitenland.
Kamerstuk 2008-2009 KST124055Kamerstuk 2008-2009 KST124058
Kamerstuk 2008-2009 KST124054
Met dit wetsvoorstel is een regeling ingevoerd voor het opnemen van uitvoerende bestuurders en toezichthoudende bestuurders in één vennootschapsorgaan. Daarmee worden inrichting van bestuur en toezicht zowel volgens het dualistische als het monistische model wettelijk vastgelegd. Het wetsvoorstel bevat voorts regels voor het geval een bestuurder of commissaris een belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vennootschap. Bij de inrichting van een monistisch stelsel verdient dit onderwerp aandacht omdat de invoering van een stelsel waarbij uitvoerende en toezichthoudende bestuurders in één orgaan zitting nemen, niet zonder gevolgen kan blijven voor wetsbepalingen waarbij - doorgaans om redenen van corporate governance - een dwingendrechtelijke bevoegdheidsverdeling is gemaakt. Het wetsvoorstel is in overeenstemming met de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Economische Zaken en van Financiën opgesteld. Met het voorstel wil minister Hirsch Ballin (Jus) bijdragen aan het vergroten van de bruikbaarheid van de rechtsvorm van de naamloze en de besloten vennootschap in nationale en internationale ondernemingsverhoudingen. Nederland moet rekening houden met een vergrote concurrentie van rechtsvormen in het buitenland.
Kamerstuk 2008-2009 KST124056