Het verdrag is in eerste instantie gesloten tussen zestien Aziatische landen, en bestrijkt het hele gebied van Zuidoost-Azië. Kwetsbare vaarroutes in dat gebied zijn onder meer de Straat van Hormuz, waar dagelijks 17 miljoen vaten olie in tankers passeren, de Straat van Malakka, één van de belangrijkste scheepvaartroutes voor een groot deel van de energietoevoer naar Japan, Korea en China, en de Golf van Aden, cruciaal voor de energietoevoer naar Europa. De samenwerking betreft in het bijzonder het verzamelen, evalueren en uitwisselen van informatie het het verlenen van onderlinge hulp en bijstand bij de ontwikkeling en uitwisseling van kennis en bij het treffen van op het voorkomen van piraterij en gewapende overvallen op zee gerichte maatregelen en voorzieningen. De kern van het verdrag vormt de oprichting van een gemeenschappelijk informatiecentrum, gevestigd in en gefinancierd door Singapore. Nederland is het eerste niet-Aziatische land dat een verzoek tot toetreding heeft ingediend. Op grond van het verdrag is Nederland verplicht een contactpunt (focal point) aan te wijzen voor communicatie met het informatiecentrum en bevoegde autoriteiten. Hiertoe wordt het Nederlandse Kustwachtcentrum aangewezen.
Kamerstuk 2009-2010 KST141248Kamerstuk 2009-2010 KST141247