| Bestand |
KST141406
|
| Inhoudsindicatie | Naar aanleiding van de nota-overleggen hebben de leden Çörüz en Sterk vijf aanbevelingen gewijzigd. In deze brief reageer de minister op de aanbevelingen |
| Rubriek(en) |
Burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht Gezondheidszorg Welzijn |
| Dossier | 31279 nr. 20 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2009-2010, 31279, nr. 20, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 10-03-2010 |
| Datum vaststelling | 05-03-2010 |
| Document-id | KST141406 |
| Omvang | 6 |
| Inhoud |
31 279 Gezin boven tehuis Aanbevelingen om de positie van pleegzorg in Nederland te versterken en kinderen in de knel meer kans te geven om op te groeien in een pleeggezin Nr. 20 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR JEUGD EN GEZIN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 5 maart 2010 In deze brief reageer ik mede namens de minister van Justitie op de gewij- zigde motie Aasted Madsen-van Stiphout c.s. 1 waarin het kabinet gevraagd wordt uitvoering te geven aan de aanbevelingen die in de initia- tiefnota «Gezin boven tehuis» 2 zijn opgenomen en hierover voor 1 januari 2010 te berichten. De initiatiefnota «Gezin boven tehuis» is op 25 mei en 14 september 2009 besproken in de algemene commissie voor Jeugd en Gezin. Naar aanleiding van deze nota-overleggen hebben de leden Cqörüz en Sterk vijf aanbevelingen gewijzigd 3 . In deze brief reageer ik op de aanbevelingen. Aanbeveling 1 (gewijzigde versie): BJZ en pleegzorginstellingen dienen verplicht te worden om bij aanpas- sing van het behandelingsbeleid advies te vragen aan pleegouders. Dit adviesrecht dient verankerd te worden in de regeling pleegzorg. Ik neem deze aanbeveling over. In het conceptwetsvoorstel Verbetering positie pleegouders wordt voorgesteld in het geval van pleegzorg een voogdijplan, gezinsvoogdijplan of jeugdreclasseringsplan niet door bureau jeugdzorg vast te laten stellen dan na overleg met de pleegouders. Daarnaast wordt in dit conceptwetsvoorstel voorgesteld dat, in het geval van pleegzorg, een hulpverleningsplan de instemming behoeft van de pleegouders, voor zover het hun rol betreft in het hulpverleningsproces. Aanbeveling 2: Bij de plaatsing van een pleegkind in een pleeggezin dient door BJZ onderzocht te worden welke ontwikkelingsachterstand eventueel aan de orde is bij het pleegkind en hiervoor dient adequate zorg verleend te worden. Ik neem deze aanbeveling over. Het is standaardwerkwijze bij het stellen van de indicatie pleegzorg door bureau jeugdzorg, dat op ontwikkelin |