| Bestand |
KST141874
|
| Inhoudsindicatie | Het document Bekostiging financiële markten is als bijlage bij dit Kamerstuk geplaatst. |
| Rubriek(en) |
Bedrijfsleven en industrie Bedrijfsleven en industrie Consument Geld |
| Dossier | 28122 nr. 32 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2009-2010, 28122, nr. 32, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 23-03-2010 |
| Datum vaststelling | 18-03-2010 |
| Document-id | KST141874 |
| Omvang | 2 |
| Inhoud |
28 122 Hervorming van het toezicht op de financiële marktsector Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 18 maart 2010 Bij de beantwoording van Kamervragen over het toezicht op de financiële markten (Kamerstuk 28 122, nr. 29) is o.m. aangegeven dat naar aanlei- ding van uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven opnieuw gekeken wordt naar de bekostiging van dit toezicht. Met deze brief breng ik u, mede namens mijn collega van SZW, op de hoogte van mijn bevindingen tot nu toe. Hieronder treft u een beschrijving op hoofd- lijnen aan terwijl een toelichting is opgenomen in de bijlage. 1 Tijdens het onderzoek, waar zowel de toezichthouders als branche- organisaties bij betrokken zijn geweest, is vastgesteld dat sommige effecten van de in 2003 gepresenteerde uitgangspunten voor de bekosti- ging van het financieel toezicht niet waren voorzien. Zo plaatsen marktpar- tijen een vraagteken achter de berekeningswijze van de overheidsbijdrage en hebben zij (grote) moeite met de soms sterk fluctuerende heffingen. De toezichthouders ervaren het systeem van heffingen als bijzonder complex hetgeen mede te maken heeft met het grote aantal categorieën van onder toezicht staande ondernemingen. Het verfijnde stelsel van toezichtcatego- rieën werkt op haar beurt weer fluctuerende heffingen in de hand. Vastgesteld moest worden dat een systeem waarin alle betrokkenen zich konden vinden, niet haalbaar was. Niet in de laatste plaats omdat de financiële belangen tegengesteld aan elkaar zijn. Niemand is evenwel gebaat bij een situatie waarin een van het toezicht afgeleid onderwerp als de bekostiging, de aandacht blijft vragen. Helemaal niet wanneer die aandacht leidt tot bovengemiddeld veel bezwaarschriften en gerechtelijke procedures. Er zullen dus keuzes moeten worden gemaakt. Alles overziend ben ik tot de volgende opstelling gekomen: 1. Om terugkerende discussies over de verdeling van de toezichtk |