| Bestand |
V010Z04210
|
| Inhoudsindicatie | Het gif dat bij maïsteelt gebruikt wordt komt uiteindelijk in bijenvolken terecht waardoor de bijenvolken sterven aan vergiftiging. |
| Rubriek(en) |
Landbouw Landbouw Natuur |
| Vindplaats | Kamervragen 2009-2010, vraagnr. 2010Z04210, Tweede Kamer |
| Publicatiedatum | 12-03-2010 |
| Datum indiening | 09-03-2010 |
| Omvang | 2 |
| Vraagnr. bij indiening | 2010Z04210 |
| Indiener |
|
| Inhoud |
2010Z04210 Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over bijenvolksterfte door onduurzame maïsteelt. (Ingezonden 9 maart 2010) 1 Kent u het bericht «Duurzame maïsteelt raakt steeds verder uit zicht»? 1 2 Deelt u de mening van Dr. Van der Sluijs dat het inzetten van deflectoren op maïszaaimachines een «end-of-pipe» maatregel is en dat deze maatregel het probleem niet oplost? Zo nee, waarom niet? 3 Deelt u de analyse van Dr. Van der Sluijs dat een deflector de hoeveelheid gif die in het milieu komt niet verandert en dat gelet op de lange verblijftijd (tot 2 jaar) van imidacloprid in het milieu het gif uiteindelijk toch in bijenvolken terecht komt en dat dat gecombineerd met het feit dat imidacloprid een CT-gif is waarvoor de Regel van Haber geldt 2 vastgesteld moet worden dat het enige te verwachten effect van een deflector is dat de bijenvolken dan later aan chronische vergiftiging sterven in plaats van vlak na het zaaien aan acute vergiftiging (de «wet van behoud van ellende» zoals dit ook wel aangeduid wordt)? 4 Deelt u de analyse dat neonicotinoïden een systeemverandering hebben veroorzaakt in de wijze waarop maïs verbouwd wordt, en dat hierdoor weliswaar minder kilo gif per hectare wordt gebruikt maar dat de feitelijke giftigheid per hectare voor honingbijen juist is toegenomen? 3 Zo nee, waarom niet? 5 Deelt u de mening dat in plaats van te investeren in «end-of-pipe» maatregelen waardoor de effecten slechts in tijd en ruimte worden verplaatst, men beter kan investeren in een bijvriendelijke maïsteelt en ontwikkeling van alternatieven voor neonicotinoiden? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u hier uitvoering aan geven? Zo nee, waarom niet? 6 Deelt u de mening dat de suggesties van Dr. Van der Sluijs voor bijvriendelijke maïsteeltmethoden, zoals rotatieteelt waarbij wordt afgewisseld met andere gewassen of zelfs met meerjarige gewassen |