Vragen naar aanleiding van artikel in Nederlands Dagblad van 28 januari 2010.
Kamervragen met antwoord 2009-2010, nr. 1859, Tweede KamerBij dit Kamerstuk is een brief van de minister gevoegd, waarin hij alle sector- vak- en ouderorganisaties informeert over de consequenties van het controversieel verklaren van passend onderwijs.
Kamerstuk 2009-2010, 31497, nr. 26, Tweede KamerKamerstuk 2009-2010, 32269, nr. 7, Tweede Kamer
brief van staatssecretaris Dijksma van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 22 juni 2009 met een reactie op de brief van de heer D. over vmbo/havo/vwo-onderwijs op De Berkenschutse te Heeze (2009Z11953).
Kamerstuk 2009-2010, 31497, nr. 24, Tweede KamerMet deze brief stelt minister Rouvoet (OCW) de Kamer op de hoogte van de uitwerkingsvragen op het gebied van passend onderwijs, die het kabinet nog voor de aanstaande verkiezingen ter hand wil nemen.
Kamerstuk 2009-2010, 31497, nr. 25, Tweede Kamerde beleidsdoorlichting kwaliteitszorg, innovatie en schoolontwikkeling (2005-2008). Deze betreffen het primair onderwijs. Op beide doorlichtingen geeft de staatssecretaris in haar brief een beleidsreactie.
Kamerstuk 2009-2010, 31511, nr. 3, Tweede KamerKamerstuk 2009-2010, 32325, nr. A/1, Eerste/Tweede Kamer
Kamerstuk 2009-2010, 31497, nr. 23, Tweede Kamer
Kamerstuk 2009-2010, 32269, nr. 6, Tweede Kamer
Kamerstuk 2009-2010, 31497, nr. 22, Tweede Kamer
De contouren van het referentiekader.
Kamerstuk 2009-2010, 31497, nr. 21, Tweede KamerVragen naar aanleiding van artikel in Nederlands Dagblad van 28 januari 2010.
Kamervragen 2009-2010, vraagnr. 2010Z02100, Tweede KamerKamerstuk 2009-2010, 32269, nr. 5, Tweede Kamer
Al geruime tijd is er discussie over de positie van leerlingen met extra onderwijsvragen, de zogenaamde zorgleerlingen. Een evaluatie in 2004 naar de bestaande voorzieningen in het onderwijs bracht een aantal knelpunten aan het licht, zoals thuiszitters en wachtlijsten, veel bureaucratie rond indicatiestelling, onvoldoende aansluiting en samenwerking tussen de deelsystemen en onvoldoende afstemming en samenwerking met (jeugd)zorg. Eind 2007 is aan de Kamer het Invoeringsplan Passend Onderwijs aangeboden. De kern van passend onderwijs is dat voor alle leerlingen de kansen op de beste ontwikkeling centraal staan. Schoolbesturen, REC's en Samenwerkingsverbanden moesten in dit plan verplicht samenwerken in een regionaal netwerk. Op die manier hoopte het kabinet een betere organisatorische basis te ontwikkelen om alle leerlingen een passend onderwijszorgaanbod te kunnen geven. In 2011 moest de landelijk dekkende infrastructuur van regionale netwerken gerealiseerd zijn. Bij tussentijdse evaluatie van het nieuwe beleid bleek de invoering te complex en op bepaalde punten te stagneren. Op 2 november 2009 ontving de Kamer de beleidsbrief passend onderwijs met een heroverwegingsvoorstel. In de vele debatten over passend onderwijs die hebben plaatsgevonden is vaak verwezen naar het eindrapport van de commissie-Dijsselbloem; de lessen die in het verleden zijn geleerd, worden ook geacht van toepassing te zijn op het dossier passend onderwijs. April 2009 overwoog de vaste commissie voor OCW in haar procedurevergadering een uitvoeringstoets te laten uitvoeren naar passend onderwijs. Door de koerswijziging die volgde in de zomer daarop, en de heroverweging van het beleid, besloot de Kamer een ander instrument in te zetten om het beleidsproces rond passend onderwijs zorgvuldig te volgen en te bewaken: de uitgebreide hoorzittingen. Van de gesprekken zijn woordelijke verslagen gemaakt door de Stenografische dienst die in dit kamerstuk zijn opgenomen.
Kamerstuk 2009-2010, 31497, nr. 20, Tweede KamerMet deze brief laat minister Plasterk (OCW) weten dat hij niet kan voldoen aan zijn toezegging om de contouren van het referentiekader voor de nieuwe koers passend onderwijs nog in december 2009 aan de Kamer toe te sturen.
Kamerstuk 2009-2010, 31497, nr. 19, Tweede KamerIn deze brief geeft minister Plasterk (OCW) de onderzoeksvragen en bevindingen weer van een onderzoek door de Directie Rekenschap naar mogelijke onregelmatigheden bij de Arnhemse Buitenschool (ABS).
Kamerstuk 2009-2010, 32123 VIII, nr. 101, Tweede KamerKamerstuk 2009-2010, 32269, nr. 1, Tweede Kamer
Met onderhavig wetsvoorstel wordt aan de minister van OCW een discretionaire bevoegdheid toegekend om bij scholen die in stand worden gehouden met behulp van het instrument van de gemiddelde schoolgrootte en die onder de absolute ondergrens van 23 leerlingen zitten of zakken, in afwijking van de hoofdregel de school alsnog in stand te houden. Daarnaast voorziet het wetsvoorstel in een tweetal aanpassingen van artikel 157 Wpo waardoor, in lijn met het kabinetsbeleid dat het bevorderen van de menselijke maat in het onderwijs als prioriteit heeft, het aangaan van een samenwerkingovereenkomst wordt vereenvoudigd.
Kamerstuk 2009-2010, 32269, nr. 2, Tweede Kamergevolgen voor de uitvoering en administratieve lasten.
Kamerstuk 2009-2010, 32269, nr. 3, Tweede KamerKamerstuk 2009-2010, 32269, nr. 4, Tweede Kamer
Het rapport 'De inzet van Zorggelden nader beschouwd' is als bijlage bij dit Kamerstuk gevoegd.
Kamerstuk 2009-2010, 31497, nr. 18, Tweede KamerDe huidige rugzakfinanciering biedt onvoldoende mogelijkheden voor maatwerk. Daarbij is het aanvragen van een indicatie voor ouders en school een lang en ingewikkeld proces. In plaats hiervan komt een flexibele inzet van middelen. Het kabinet wil dat het budget voor passend onderwijs in de klas terecht komt. Geld voor bovenschoolse voorzieningen en onnodige overhead moet worden ingezet voor meer handen in de klas in de vorm van een onderwijsassistent of een speciale leraar, voor betere ondersteuning en opleiding van leraren en het verminderen van de bureaucratie. Er wordt samen met de besturen, ouders en leraren een landelijk referentiekader zorg opgesteld. Met de verandering geeft het kabinet de school de ruimte om betere zorg aan kinderen te bieden en wordt paal en perk gesteld aan de bestuurlijke drukte die passend onderwijs dreigt te beheersen. De versterking van de samenwerking met jeugdzorg en jeugdhulpverlening is een belangrijk uitgangspunt. Het speciaal onderwijs blijft noodzakelijk en wordt verbeterd. Het onderwijs dient er zo veel mogelijk op gericht te zijn jongeren voor te bereiden op de arbeidsmarkt.
Kamerstuk 2009-2010, 31497, nr. 17, Tweede KamerKamerstuk 2009-2010, 31497, nr. 16, Tweede Kamer
Handelingen 2008-2009, nr. 103, Tweede Kamer, pag. 8315-8315
Vragen naar aanleiding van een bericht dat organisaties van (ouders van) chronisch zieken, mensen met een handicap of een leer- of ontwikkelingsstoornis aangeven geen vertrouwen meer te hebben in het overleg over Passend Onderwijs met staatssecretaris Dijksma (OCW) en de enige vertegenwoordiger van de ouders in het overleg zich terugtrekt. Indieners vragen de mening van Dijksma over de kritiek van de ouderenorganisaties op de uitwerking van de zorgplicht. Welke gevolgen heeft dit voor het Plan van Aanpak dat in september 2009 gereed moest zijn?
Kamervragen met antwoord 2008-2009, nr. 3457, Tweede Kamer