Handeling 2004-2005 HAN7871A07
Handeling 2004-2005 HAN7872A03
Agenda 2004-2005 OVG1253
Kamerstuk 2004-2005 KST87816
Kamerstuk 2004-2005 KST87699
Kamerstuk 2004-2005 KST87605
het onderzoek bij 27 gemeenten in Zuid-Holland en Zeeland.
Kamerstuk 2004-2005 KST87151Kamerstuk 2004-2005 KST84939
Agenda 2004-2005 OVG1210
Agenda 2004-2005 OVG1208
Handeling 2004-2005 HAN7778A15
Handeling 2004-2005 HAN7775A08
Kamerstuk 2004-2005 KST82579
reactie op amendement (kamerstuk 29285, nr. 11) van mevrouw Spies en de heer De Krom. Met het eerstgenoemde amendement wordt beoogd de positie van de toezichthouder te versterken en daarmee de transparantie van de handhaving te vergroten. Met het amendement dat daarna genoemd wordt, beogen de indieners een (in hun ogen) overbodige zinsnede over de onderlinge informatievoorziening tussen bestuursorganen en tussen toezichthouders, in artikel 18.3, tweede lid, van het wetsvoorstel, te schrappen.
Kamerstuk 2004-2005 KST82539Kamerstuk 2004-2005 KST82286
Kamerstuk 2004-2005 KST82283
Kamerstuk 2004-2005 KST82288
Kamerstuk 2004-2005 KST82305
Agenda 2004-2005 OVG1193
Agenda 2004-2005 OVG1191
samenloop met het voorstel van wet tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Kamerstuk 2004-2005 KST80587De wijziging betreft onder andere twee aanpassingen in onderdeel C, waarmee de vorderingsbevoegdheid in het voorgestelde artikel 18.8a in overeenstemming wordt gebracht met die in het wetsvoorstel tot wijziging van de Woningwet (kamerstuk 29392, nrs. 1-2).
Kamerstuk 2003-2004 KST76513Kamerstuk 2003-2004 KST76512
Kamerstuk 2003-2004 KST73870
noodzaak en effectiviteit van de voorgestelde regeling voor de professionalisering en bundeling van de (uitvoering van de) handhaving. Daarnaast worden de bevoegdheden van de minister van VROM en andere betrokken ministers versterkt in relatie tot bevindingen bij het tweedelijnstoezicht.
Kamerstuk 2003-2004 KST71680noodzaak en effectiviteit van de voorgestelde regeling voor de professionalisering en bundeling van de (uitvoering van de) handhaving. Daarnaast worden de bevoegdheden van de minister van VROM en andere betrokken ministers versterkt in relatie tot bevindingen bij het tweedelijnstoezicht.
Kamerstuk 2003-2004 KST71677Kamerstuk 2003-2004 KST71683