| Bestand |
KST110680
|
| Inhoudsindicatie | De wijzigingen strekken in hoofdzaak tot flexibilisering en verduidelijking van de in de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra) en van enige aanverwante wetten (Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO), Beroepswet, etc.) opgenomen regeling van de rechtspositie van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding. Daarnaast wordt voorzien in enkele aanvullingen van met name de in de Wrra opgenomen rechtspositionele bepalingen. De flexibilisering heeft ten eerste betrekking op het overhevelen een aantal onderwerpen van de Wrra naar het Brra: salarishoogten, (enkele) vergoedingen en uitkeringen ( waarnemingstoelage, vakantie-uitkering, reiskostenvergoeding, jubileumgratificatie), arbeidsduur en werktijd, vakantie en verlof, (enkele) overige rechten en plichten (woonverplichting, tijdelijke andere werkzaamheden, evaluatiegesprekken), installatie, en de uitwerking van de hoofdbepalingen van de onderwerpen aanstelling en aanwijzing en sectoroverleg. De flexibilisering heeft ten twee betrekking op het laten vervallen van het vereiste van een koninklijk besluit voor gevallen waarin een rechterlijk ambtenaar overstapt van het ene naar het andere gerecht of parket, zonder dat zich daarbij een wijziging van functie of rang voordoet. Hierdoor kan de procedure aanmerkelijk worden verkort. Daarnaast bevat dit wetsvoorstel een aantal wijzigingen van (met name) de Wrra die er toe strekken de regeling van de rechtspositie van rechterlijke ambtenaren te verduidelijken en hierin voorkomende inconsequenties weg te nemen. |
| Rubriek(en) |
Inkomen en rechtspositie Rechterlijke organisatie |
| Dossier | 31227 nr. 2 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2007-2008, 31227, nr. 2, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 09-10-2007 |
| Datum vaststelling | 04-10-2007 |
| Document-id | KST110680 |
| Omvang | 28 |
| Inhoud |
31 227 Wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten in verband met de flexibilisering en verduidelijking alsmede enkele aanvullingen van de regeling van de rechtspositie van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in verband met flexibilisering, verduidelijking en enkele aanvullingen van de rechtspositieregeling van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten te wijzigen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I De Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt gewijzigd als volgt: A Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt: a. In het eerste lid komt onderdeel b te luiden: b. rechterlijke ambtenaren: de rechterlijke ambtenaren, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet op de rechterlijke organisatie; b. In het eerste lid worden de onderdelen c tot en met e geletterd f tot en met h. c. In het eerste lid worden na onderdeel b drie onderdelen ingevoegd, luidende: c. salaris: het bedrag waarop de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding in verband met het vervullen van een ambt, met inachtneming van het bij of krachtens de artikelen 7, 9, eerste en derde lid, en 13 tot en met 16 van deze wet bepaalde, aanspraak heeft; d. bezoldiging: het salaris van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding, vermeerderd met een periodieke schadeloos- Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007–2008 KST110680 0708tkkst31227-2 ISSN 0921 - 7371 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 2007 Tweede Kamer, vergaderjaar 2007â |