| Bestand |
KST117828
|
| Rubriek(en) |
Staats- en bestuursrecht |
| Dossier | 31124 nr. 7 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2007-2008, 31124, nr. 7, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 28-04-2008 |
| Datum vaststelling | 17-04-2008 |
| Document-id | KST117828 |
| Omvang | 7 |
| Inhoud |
31 124 Aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb) Nr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Ontvangen 17 april 2008 Met belangstelling heb ik kennis genomen van de bevindingen van de vaste commissie voor Justitie over het wetsvoorstel tot aanpassing van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche). Hieronder ga ik in op de in het verslag gestelde te vragen. DEEL I. ALGEMEEN Inleiding De leden van de CDA-fractie vragen naar de werklast ten gevolge van dit wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel regelt de aanpassing van bestaande wetge- ving aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht. Als zodanig heeft het dan ook geen andere effecten op de werklast voor het openbaar bestuur dan de vierde tranche van de Algemene wet bestuurs- recht. In de memorie van toelichting bij de vierde tranche is ingegaan op de gevolgen van de vierde tranche voor in eerste instantie de omvang van de aanpassingswetgeving en in tweede instantie de uitvoeringslasten van het openbaar bestuur. Hoewel met name de onderdelen bestuursrechte- lijke geldschulden en bestuurlijke handhaving een aanzienlijke hoeveel- heid aanpassingswetgeving vergen, zullen de gevolgen van de vierde tranche voor de uitvoeringslasten van het openbaar bestuur beperkt zijn. Het onderdeel attributie brengt geen wijziging in het geldende recht en derhalve ook niet in de daaruit voortvloeiende bestuurslasten. De bepa- lingen inzake de bestuurlijke boete verschillen in dit opzicht evenmin wezenlijk van reeds geldende bepalingen. De procedurele vereisten en de verplichtingen tot het zo nodig zorgdragen voor tolken en vertalingen gaan niet verder dan hetgeen thans reeds uit artikel 6 EVRM volgt. Voor de bepalingen inzake bestuursrechtelijke geldschulden ligt een en ander genuanceerder. De voorschriften inhoudende dat het vaststellen van de kosten van bestuursdwang, alsmede het verlenen van uitstel van betaling, bij voor beroep vat |