| Bestand |
KST48778
|
| Inhoudsindicatie | de aanpassing van een deel van de formele wetgeving (zoals de fiscale wetgeving) zal niet plaatsvinden in de onderhavige verzamelwet, maar wordt meegenomen in andere wetgevingstrajecten (zoals uiteengezet in de beleidsbrief). Inhoudelijk bevat dit wetsvoorstel ten opzichte van de beleidsbrief geen nieuwe voorstellen. Ook wetten in formele zin zijn rechtsinstrumenten in de zin van Europese verordeningen terzake. Ook zonder uitdrukkelijke wetswijziging vindt een omzetting van guldenbedragen plaats; na 1 januari 2002 moeten guldenbedragen als eurobedragen worden gelezen. Zoals in de wetgevingsbrief is aangegeven is tot uitdrukkelijke wetswijziging besloten vanwege: a. doelmatigheid en gebruiksvriendelijkheid: zonder uitdrukkelijke wetswijziging komen er nog tot in lengte van jaren guldenbedragen in wetteksten voor, die gebruikers van de wet in euro's moeten omrekenen. b. voorziening voor 'gebroken' bedragen (die door sommige geautomatiseerde systemen niet verwerkt kunnen worden). Genoemde beleidsbrief is gebaseerd op een inventarisatie van bedragen en andere verwijzingen naar de gulden in wet- en regelgeving op rijksniveau naar de stand van de regelgeving op 1 januari 1999, Ten behoeve van de voorbereiding van onderhavig wetsvoorstel is deze inventarisatie geactualiseerd naar de stand van de regelgeving op 1 jnauari 2000. De resultaten van nieuwe actualisatierondes worden, wat betreft wetten in formele zin, bij nota van wijziging in onderhavig wetsvoorstel verwerkt. In ieder geval de laatste actualisatieronde zal moeten worden verwerkt in een najaar 2001 in te dienen 'bezemwetje'. Onderhavig wetsvoorstel bevat circa zeshonderd wijzigingen van formele wetten, hetgeen overigens slechts ongeveer 6% uitmaakt van het totaal aantal 'treffers', waarvan het overgrote deel bestaat uit lagere regelgeving. De nog tot stand te brengen verzamel-algemene maatregel van bestuur en verzamel-ministeriële regelingen (voor die lagere regelgeving) zullen dus aanmerkelijk omvangrijker zijn dan dit wetsvoorstel. |
| Rubriek(en) |
Geld |
| Dossier | 27472 nr. 3 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2000-2001, 27472, nr. 3, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 06-11-2000 |
| Datum vaststelling | 31-10-2000 |
| Document-id | KST48778 |
| Omvang | 39 |
| Inhoud |
27 472 Aanpassing van wetten in verband met de vervanging van de gulden door de euro (Aanpassingswet euro) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN 1. Inleiding Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State) Dit wetsvoorstel strekt tot aanpassing van de formele wetgeving in verband met de vervanging van de gulden door de euro. Het is eerder aangekondigd in de brief van ondergetekenden van 7 april 1999 inzake de euro en de wetgeving («de wetgevingsbrief»; kamerstukken II 1998/99, 25 107, nr. 32), alsook in de brief van 7 februari 2000 (kamerstukken II 1999/2000, 27 042, nr. 1), de zogenoemde «beleidsbrief». In eerstge- noemde brief werd de aanpak van het wetgevingsproces in verband met de invoering van de euro geschetst. In laatstgenoemde brief gaven wij inhoudelijk aan hoe guldensbedragen in de wetgeving zullen worden omgezet in eurobedragen. Dit wetsvoorstel geeft uitvoering aan de in de beleidsbrief neergelegde voornemens, voorzover deze betrekking hebben op de wetgeving in formele zin, met twee uitzonderingen: – tegelijk met dit wetsvoorstel wordt een afzonderlijk voorstel van rijkswet ingediend, dat strekt tot aanpassing van rijkswetten; – zoals reeds in de beleidsbrief werd uiteengezet, zal de aanpassing van een deel van de formele wetgeving om diverse redenen niet plaats- vinden in de onderhavige verzamelwet, maar worden «meegenomen» in andere wetgevingstrajecten. Dit geldt onder meer voor de fiscale wetgeving. Inhoudelijk bevat dit wetsvoorstel ten opzichte van de beleidsbrief geen nieuwe voorstellen. Daarom bestaat deze memorie van toelichting voor een deel uit herhalingen van relevante passages uit de wetgevings- en de beleidsbrief. Daarvoor is gekozen om deze toelichting zelfstandig leesbaar te maken. 2. Noodzaak van het wetsvoorstel Het Europeesrechtelijk kader voor de invoering van de euro wordt, naast het Verdrag van Maas |