| Bestand |
KST51804
|
| Inhoudsindicatie | Minister Korthals (Jus) en minister Van Boxtel (GSI) beantwoorden de vragen die zijn gesteld door de commissie voor Justitie. |
| Rubriek(en) |
Staats- en bestuursrecht Criminaliteit en openbare orde |
| Dossier | 26410 nr. 150b |
| Vindplaats | Kamerstuk 2000-2001, 26410, nr. 150b, Eerste Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 15-03-2001 |
| Datum vaststelling | 13-03-2001 |
| Document-id | KST51804 |
| Omvang | 2 |
| Inhoud |
26 410 Wijziging van bepalingen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens MEMORIE VAN ANTWOORD Ontvangen 13 maart 2001 Met genoegen hebben wij kennis genomen van het verslag dat de commissie voor Justitie van Uw Kamer heeft uitgebracht. Wij hopen in deze memorie van antwoord de gestelde vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. De leden van de fractie van de PvdA stellen een aantal vragen over het schrappen van artikel 1 van het oorspronkelijk wetsvoorstel. Dit artikel had tot doel het via het openbare telecommunicatienetwerk heimelijk vergaren van persoonsgegevens strafbaar te stellen. Het niet aan de betrokkene melden van het feit van het verzamelen, de doeleinden daarvan en de identiteit van de verantwoordelijke, werd daarin strafrechtelijk gesanctio- neerd. Op grond van artikel 33 van de Wbp dient de betrokkene op de hoogte te worden gebracht van de doeleinden waarvoor de gegevens worden verzameld en de identiteit van de verantwoordelijke. Het strafrechtelijk sanctioneren van de overtreding van dit voorschrift in het geval dat de vergaring plaatsvindt via bijvoorbeeld het internet leek gewenst gezien het gemak waarmee een dergelijke heimelijke vergaring kan plaatsvinden (het plaatsen van bijvoorbeeld «cookies» is vrij algemeen), en de daaruit voortvloeiende bedreiging voor de persoonlijke levenssfeer van betrok- kenen. Daarnaast speelde een rol dat verwacht werd dat op dit punt internationaal overeenstemming zou worden bereikt in het PCCY-verdrag van de Raad van Europa (http://conventions.coe.int/treaty/en/projects/ cybercrime/htm). De verantwoordelijke blijft op grond van de Wbp gehouden de betrokkene van het een en ander op de hoogte te stellen. De strafrechtelijke sanctio- nering is echter geschrapt omdat gebleken is dat het bereik van de strafbepaling ruimer was dan beoogd en daarmee moeilijk handhaafbaar. Het voorschrift omvat immers iedere opslag van persoonsgegevens die van het openbare telecommunicatienet worden geplukt. Ook de meer «onschu |