| Bestand |
KST97537
|
| Rubriek(en) |
Strafrecht en strafprocesrecht Rechterlijke organisatie |
| Dossier | 29849 nr. E |
| Vindplaats | Kamerstuk 2005-2006, 29849, nr. E, Eerste Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 23-05-2006 |
| Datum vaststelling | 22-05-2006 |
| Document-id | KST97537 |
| Omvang | 13 |
| Inhoud |
29 849 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten (Wet OM-afdoening) E NADERE MEMORIE VAN ANTWOORD Ontvangen 22 mei 2006 Met grote belangstelling heb ik kennisgenomen van het nader voorlopig verslag dat de vaste commissie voor Justitie met belangwekkende beschouwingen ten gronde over het wetsvoorstel heeft uitgebracht. Het verheugt mij dat de leden van de fractie van het CDA aangaven zeer veel waardering te hebben voor de memorie van antwoord. Deze leden wezen vooral op de beschouwingen in die memorie over de gegroeide verwevenheid tussen strafrecht en bestuursrecht. Graag ga ik in het onderstaande in op de aanvullende vragen die deze leden stelden en de opmerkingen die zij in het bijzonder maakten over deze verwevenheid van beide rechtsgebieden. Ik ben de leden van de fractie van de PvdA erkentelijk voor hun waarde- ring voor de beantwoording van hun vragen. Zij gaven aan dat deze beantwoording, die zij als degelijk kwalificeerden, hun bezorgdheid over het wetsvoorstel deels heeft kunnen wegnemen. Graag wil ik in het onder- staande pogen de resterende zorg bij deze leden weg te nemen door in te gaan op de aanvullende vragen die zij stelden en op de opmerkingen die zij maakten. Met veel voldoening heb ik er kennis van genomen dat de leden van de fractie van de VVD erkentelijk waren voor de uitvoerige beantwoording van de door hen gestelde vragen. Ook op enkele aanvullende vragen en opmerkingen van de leden van deze fractie ga ik in het onderstaande graag in. Vervagen van het onderscheid tussen de strafrechtelijke en de bestuursrechtelijke aanpak De leden van de fracties van CDA, PvdA en VVD gaven aan van oordeel te zijn dat door de ontwikkelingen met betrekking tot de bestuurlijke boete een rommelig geheel van regelgeving is ontstaan. Zij schetsten in het nader voorlopig verslag aan de hand van verschillende rapporten een beeld van de ontwikkelin |