| Bestand |
KST99805
|
| Inhoudsindicatie | meer inhoudelijke aanpassingen zoals die van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) en van de wetgeving waarin de fiscale behandeling van pensioen is geregeld. |
| Rubriek(en) |
Inkomen en rechtspositie |
| Dossier | 30655 nr. 2 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2005-2006, 30655, nr. 2, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 18-08-2006 |
| Datum vaststelling | 28-07-2006 |
| Document-id | KST99805 |
| Omvang | 101 |
| Inhoud |
30 655 Invoering van de Pensioenwet (Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Pensioenwet en enkele daarmee samenhangende onderwerpen te regelen, zulks onder intrekking van de Pensioen- en spaarfondsenwet; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: HOOFDSTUK 1. DEFINITIES Artikel 1. Definities 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: – Pensioen- en spaarfondsenwet: de Pensioen- en spaarfondsenwet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de peildatum; – peildatum: de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet. 2. De definities van artikel 1 van de Pensioenwet zijn van overeenkom- stige toepassing op de artikelen 7, 8, 9, 10, het eerste lid van de artikelen 11 tot en met 17, 18, 20, eerste lid, 21, eerste lid, 22, derde, vijfde, zevende, negende en elfde lid, 23, eerste lid, 24, eerste lid, 25, eerste en tweede lid, 26, eerste lid, 28, eerste, tweede en derde lid, 29, eerste en tweede lid, 30, eerste en tweede lid, 31, 32, eerste, tweede en derde lid, 33, het eerste lid van de artikelen 35 tot en met 38, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 47, eerste lid, 48, 49, 50, eerste lid, 51, eerste lid, 53, tweede lid, 59, derde en vierde lid, 63, 64 en 66 van deze wet. 3. De definities van artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioen- regeling, zoals deze komt te luiden na de datum van inwerkingtreding van deze wet, zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede lid van de artikelen 11 tot en met 16, 17, derde lid, 20, tweede lid, 21, tweede lid, 22, vierde, zesde, achtste, tiende en twaalfde lid, 23, twee |