Kamerstuk 2005-2006 KST96758
Herdruk in verband met een correctie in de titel (toevoeging gecombineerd dossiernummer). Vanaf 1 januari 2007 zou een probleem ontstaan bij de premievrije voortzetting van pensioenopbouw van arbeidsongeschikten. Alle pensioenaanspraken die zijn opgebouwd zouden belast worden, terwijl en op dat moment geen loon is waarop de verschuldigde belasting kan worden ingehouden. Aangezien de staatssecretaris van Finaniën met een beleidsbesluit dit probleem heeft opgelost, zal het overleg van minister de Geus met verzekeraars en sociale partner komen te vervallen.
Kamerstuk 2005-2006 KST94293Vanaf 1 januari 2007 zou een probleem ontstaan bij de premievrije voortzetting van pensioenopbouw van arbeidsongeschikten. Alle pensioenaanspraken die zijn opgebouwd zouden belast worden, terwijl en op dat moment geen loon is waarop de verschuldigde belasting kan worden ingehouden. Aangezien de staatssecretaris van Finaniën met een beleidsbesluit dit probleem heeft opgelost, zal het overleg van minister de Geus met verzekeraars en sociale partner komen te vervallen.
Kamerstuk 2005-2006 KST94161Met onderhavige brief geeft minister De Geus (SZW) nadere informatie over de reactie van de SER op het verzoek van de minister om de voor- en nadelen van flexibilisering van de pensioenleeftijd te betrekken bij het advies inzake het sociaal-economisch beleid op de middellange termijn, zoals gevraagd in de brief van de Kamer van 17 oktober 2005. De Geus geeft aan dat hij op 24 november 2005 overleg gevoerd heeft met vertegenwoordigers van de SER over het adviesprogramma voor jaar 2006. Daarbij is van de zijde van de SER aangegeven dat men voornemens is om de voor- en nadelen van flexibilisering van de pensioenleeftijd inhoudelijk mee te nemen in het op te stellen advies over 'Het wegnemen van belemmeringen voor het doorwerken na 65 jaar'. Daartegen bestaat wat de minister betreft geen bezwaar. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer de SER het advies zal kunnen afronden.
Kamerstuk 2005-2006 KST93206fiscale oudedagsreserve.
Kamerstuk 2005-2006 KST93035brief van de voorzitter van de adviescommissie fiscale behandeling pensioenen van 3 november 2005 over de wijze waarop de fiscale wetgeving zodanig kan worden aangepast dat een loondoorbetaling in het tweede ziektejaar van minder dan 100 procent van het direct voorafgaande aan het eerste ziektejaar verdiende loon, geen verlaging van de pensioenopbouw in en na het tweede ziektejaar tot gevolg heeft. Minister De Geus (SZW) had toegezegd te komen met een reactie op een door de sociale partners aangekondige gezamenlijke brief over dit onderwerp, maar door onderlinge verdeeldheid is die gezamenlijke brief niet verstuurd.
Kamerstuk 2005-2006 KST91651de brieven van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 9 september 2005 en 28 september 2005 over de invoering van het nieuwe fiscale regime voor VUT/prepensioen/levensloop (29760, nrs. 60 en 61).
Kamerstuk 2005-2006 KST90646Bijlage BLG6255
Kamerstuk 2005-2006 KST90336
In deze brief gaan de minister en de staatssecretaris in op de motie Bussemaker/Verburg, waarin de regering wordt verzocht om een regeling voor zelfstandigen te treffen, zodat zij, net als werknemers, vanaf 1 januari 2006 kunnen sparen voor verlof, zoals bedoeld in de levensloopregeling.
Kamerstuk 2005-2006 KST90247In deze brief informeert de minister de Kamer over de reacties die door externe partijen zijn gegeven en over de elementen waaruit het door het kabinet voorgestelde overgangsrecht zal bestaan.
Kamerstuk 2004-2005 KST89560Op verzoek van de minister heeft de Nederlandsche bank beleidsinformatie verzameld over de stand van zaken van de voorbereidingen door pensioenuitvoerders op de invoering van de Wet VPL per 1 januari 2006. In de onderhavige brief bepreekt de minister de rapportage die de Nederlandsche Bank op grond van dit verzoek heeft uitgebracht. De rapportage van de Nederlandsche Bank en de aanbiedingsbrief bij die rapportage zijn als bijlage aan de onderhavige brief toegevoegd.
Kamerstuk 2004-2005 KST89194Bijlage BLG5826
Bijlage BLG5827
Aangezien flexibilisering van de pensioenleeftijd voor het kabinet géén doel op zichzelf is, zal in de adviesaanvragen niet expliciet gevraagd worden om de voor- en nadelen van het doorwerken na 65 jaar in het adviestraject mee te nemen.
Kamerstuk 2004-2005 KST88517Met deze brief informeert minister De Geus (SZW) de Kamer over de lagere regelgeving in het kader van de Wet VPL. Tevens gaat hierbij een afschrift van zijn brief aan de Stichting van de Arbeid over dit onderwerp.
Kamerstuk 2004-2005 KST88156Bijlage BLG5445
Handeling 2004-2005 HAN7807A03
Wordt het tegoed van de levensloopregeling belast als inkomsten uit tegenwoordige of uit vroegere dienstbetrekking?
Kamerstuk 2004-2005 KST84240Kamerstuk 2004-2005 KST84136
Agenda 2004-2005 OVG1208
Agenda 2004-2005 OVG1207
Kamerstuk 2004-2005 KST83761
Kamerstuk 2004-2005 KST83769
Kamerstuk 2004-2005 KST83625
Agenda 2004-2005 OVG1200
In de tekst van het amendement van de heer Vendrik c.s. met betrekking tot het wetsvoorstel aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (kamerstuk 29 760, nr. 30) is een fout geslopen die verstrekkende gevolgen voor het wetsvoorstel heeft. Anders dan door het kabinet en de indieners werd beoogd, zou het overgangsrecht ook gaan gelden voor werknemers die niet vóór 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt. Met de vijfde nota van wijziging ingediend bij het wetsvoorstel Langdurend Zorgverlof (kamerstuk 28467) is dit hersteld.
Kamerstuk 2004-2005 KST82796Handeling 2004-2005 HAN7768A09
Handeling 2004-2005 HAN7768A03
Kamerstuk 2004-2005 KST82167
Handeling 2004-2005 HAN7766A02
Kamerstuk 2004-2005 KST82015
Bevat een technische aanvulling op de tweede nota van wijziging (in het kader van de bij het sociaal akkoord van 5 november 2004 gemaakte afspraken).
Kamerstuk 2004-2005 KST81582Wijziging in verband met wijziging van het dictum.
Kamerstuk 2004-2005 KST81939Kamerstuk 2004-2005 KST81851
In deze brief gaat minister De Geus (SZW) naar aanleiding van een vraag van het Tweede-Kamerlid De Wit in op de nieuwe Eurostat-cijfers met betrekking tot de arbeidsparticipatie van ouderen.
Kamerstuk 2004-2005 KST81765Kamerstuk 2004-2005 KST81848
Kamerstuk 2004-2005 KST81850
Kamerstuk 2004-2005 KST81852
Kamerstuk 2004-2005 KST81847
Kamerstuk 2004-2005 KST81849
Kamerstuk 2004-2005 KST81718
Kamerstuk 2004-2005 KST81662
In de toelichting bij dit amendement wordt afzonderlijk ingegaan op de maatregelen betreffende VUT en prepensioen, en die betreffende de levensloopregeling.
Kamerstuk 2004-2005 KST81682wat de ouderschapsverlofkorting betreft aan de omvang van de korting een maximum te stellen.
Kamerstuk 2004-2005 KST81624Kamerstuk 2004-2005 KST81666
Kamerstuk 2004-2005 KST81663
Kamerstuk 2004-2005 KST81665
fiscaal regime voor beroepspensioenfondsen. Daarnaast gaan zij in op een aantal specifieke amendementen (de nrs. 25, 27, 33 t/m 36). In bijlage 1 bij de brief wordt uitgebreid ingegaan op de financiële onderbouwingen van het wetsvoorstel, de wijzigingen als gevolg van het sociaal akkoord en de diverse amendementen. Bijlage 2 bevat een nadere uitwerking van de twee genoemde concrete voorbeelden. Bijlage 3 gaat nader in op de anticumulatiebepaling en de gelijkwaardigheid van de keuzemogelijkheid van spaarloon- en levensloopregeling.
Kamerstuk 2004-2005 KST81594Kamerstuk 2004-2005 KST81423
Kamerstuk 2004-2005 KST81425
Kamerstuk 2004-2005 KST81431
Kamerstuk 2004-2005 KST81422
Kamerstuk 2004-2005 KST81424
Kamerstuk 2004-2005 KST81426
Kamerstuk 2004-2005 KST81409
Kamerstuk 2004-2005 KST81411
Kamerstuk 2004-2005 KST81408
Kamerstuk 2004-2005 KST81325
Kamerstuk 2004-2005 KST81269
Kamerstuk 2004-2005 KST81345
Kamerstuk 2004-2005 KST81344
In de toelichting bij dit amendement wordt afzonderlijk ingegaan op de maatregelen betreffende VUT en prepensioen, en die betreffende de levensloopregeling.
Kamerstuk 2004-2005 KST81335Kamerstuk 2004-2005 KST81346
Kamerstuk 2004-2005 KST81343
wat de ouderschapsverlofkorting betreft aan de omvang van de korting een maximum te stellen.
Kamerstuk 2004-2005 KST81333Kamerstuk 2004-2005 KST81271
Kamerstuk 2004-2005 KST81235
Kamerstuk 2004-2005 KST81273
Kamerstuk 2004-2005 KST81201
Agenda 2004-2005 OVG1188
Kamerstuk 2004-2005 KST81158
Kamerstuk 2004-2005 KST81159
Kamerstuk 2004-2005 KST81058
Bijlage BLG3322
Bijlage BLG3323
Verder gaat de minister in deze brief in op het EU-rapport over de Lissabon-doelstellingen. Ten slotte is ter informatie een bijlage toegevoegd met een overzicht van de budgettaire consequenties van het sociaal akkoord zoals dat op vrijdag 5 november 2004 is gesloten.
Kamerstuk 2004-2005 KST81083binnen de spaarloonregeling wordt het mogelijk gemaakt om het op een spaarloonrekening gespaarde loon te deblokkeren voor kosten voor kinderopvang.
Kamerstuk 2004-2005 KST80993Agenda 2004-2005 OVG1186
Kamerstuk 2004-2005 KST80620
Agenda 2004-2005 OVG1184
Deze nota van wijziging bevat een uitwerking van een van de voorstellen die zijn opgenomen in de motie Verhagen c.s. (kamerstuk 29800, nr. 4). Daarnaast zijn twee technische verbeteringen aangebracht. Het betreft o.a. verlaging van de leeftijdsgrens van 57 naar 55 jaar, waardoor de huidige fiscale behandeling van kracht blijft voor regelingen voor vervroegde uittreding, voor prepensioenregelingen en voor de opbouw van ouderdomspensioen.
Kamerstuk 2004-2005 KST80216Kamerstuk 2004-2005 KST80160
Kamerstuk 2004-2005 KST80069
Kamerstuk 2004-2005 KST79727
Kamerstuk 2004-2005 KST79602
Bijlage BLG2908
Kamerstuk 2003-2004 KST79434
Kamerstuk 2003-2004 KST79437
In het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken om de arbeidsparticipatie van ouderen te stimuleren door de fiscale faciliteiten voor vervroegde uittredings- (VUT) en prepensioenregelingen af te schaffen. Daarnaast is in het Hoofdlijnenakkoord afgesproken meer ruimte te bieden voor levensloopgericht beleid. In dit wetsvoorstel worden die afspraken uitgewerkt. Het kabinet valt daarbij terug op de maatregelen zoals aanvankelijk in het Belastingplan 2004 (kamerstukken 29210) en het wetsvoorstel levensloopregeling (kamerstukken 29208) waren opgenomen, zij het met een aantal fundamentele versoepelingen en een invoeringsdatum van 1 januari 2006. In verband met de beleidsmatige en budgettaire samenhang is ervoor gekozen de voorstellen met betrekking tot VUT/prepensioen en de levensloopregeling in één wetsvoorstel op te nemen. Op dit moment is het zo dat de inhoud van VUT- en (pre)pensioenregelingen wordt bepaald in het arbeidsvoorwaardenoverleg tussen werkgevers en werknemers en dat de overheid hierbij randvoorwaarden stelt en fiscale faciliëring biedt. Het kabinet stelt nu voor de fiscale faciliëring van regelingen die stoppen met werken voor het bereiken van de leeftijd van 65 jaar beogen, af te schaffen. Eerder stoppen met werken wordt niet verboden, maar de pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd van 60 naar 65 jaar. Fiscale faciliëring wordt in principe alleen nog geboden voor een ouderdomspensioen van maximaal 100% van het laatstgenoten pensioengevend loon dat niet eerder ingaat dan op 65-jarige leeftijd. Daarnaast wordt de levensloopregeling geïntroduceerd. Hiermee wordt een financieringsregeling gecreëerd die voor alle vormen van verlof kan worden benut. De deelname aan de levensloopregeling wordt vormgegeven als een wettelijk recht voor alle werknemers dat wordt ondergebracht in de Wet arbeid en zorg. Werknemers die dat willen kunnen tegoed opbouwen in tijd of in geld. Het verloftegoed mag, in overleg met de werkgever, op ieder moment tijdens of voorafgaand aan het beëindigen van het arbeidzame leven worden ingezet.
Kamerstuk 2003-2004 KST79435In het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken om de arbeidsparticipatie van ouderen te stimuleren door de fiscale faciliteiten voor vervroegde uittredings- (VUT) en prepensioenregelingen af te schaffen. Daarnaast is in het Hoofdlijnenakkoord afgesproken meer ruimte te bieden voor levensloopgericht beleid. In dit wetsvoorstel worden die afspraken uitgewerkt. Het kabinet valt daarbij terug op de maatregelen zoals aanvankelijk in het Belastingplan 2004 (kamerstukken 29210) en het wetsvoorstel levensloopregeling (kamerstukken 29208) waren opgenomen, zij het met een aantal fundamentele versoepelingen en een invoeringsdatum van 1 januari 2006. In verband met de beleidsmatige en budgettaire samenhang is ervoor gekozen de voorstellen met betrekking tot VUT/prepensioen en de levensloopregeling in één wetsvoorstel op te nemen. Op dit moment is het zo dat de inhoud van VUT- en (pre)pensioenregelingen wordt bepaald in het arbeidsvoorwaardenoverleg tussen werkgevers en werknemers en dat de overheid hierbij randvoorwaarden stelt en fiscale faciliëring biedt. Het kabinet stelt nu voor de fiscale faciliëring van regelingen die stoppen met werken voor het bereiken van de leeftijd van 65 jaar beogen, af te schaffen. Eerder stoppen met werken wordt niet verboden, maar de pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd van 60 naar 65 jaar. Fiscale faciliëring wordt in principe alleen nog geboden voor een ouderdomspensioen van maximaal 100% van het laatstgenoten pensioengevend loon dat niet eerder ingaat dan op 65-jarige leeftijd. Daarnaast wordt de levensloopregeling geïntroduceerd. Hiermee wordt een financieringsregeling gecreëerd die voor alle vormen van verlof kan worden benut. De deelname aan de levensloopregeling wordt vormgegeven als een wettelijk recht voor alle werknemers dat wordt ondergebracht in de Wet arbeid en zorg. Werknemers die dat willen kunnen tegoed opbouwen in tijd of in geld. Het verloftegoed mag, in overleg met de werkgever, op ieder moment tijdens of voorafgaand aan het beëindigen van het arbeidzame leven worden ingezet.
Kamerstuk 2003-2004 KST79436