Handeling 2009-2010 HAN8522A06
Handeling 2009-2010 HAN8517A07
Handeling 2009-2010 HAN8517A05
Agenda 2009-2010 OVG1606
Agenda 2009-2010 OVG1604
Kamerstuk 2009-2010 KST137234
Kamerstuk 2009-2010 KST137143
Kamerstuk 2009-2010 KST135526
Agenda 2009-2010 OVG1581
Agenda 2009-2010 OVG1579
Handeling 2008-2009 HAN8463A12
Handeling 2008-2009 HAN8461A08
Kamerstuk 2008-2009 KST132426
Kamerstuk 2008-2009 KST132250
Kamerstuk 2008-2009 KST132249
Kamerstuk 2008-2009 KST132191
Wijziging in verband met een technische aanpassing.
Kamerstuk 2008-2009 KST132192Kamerstuk 2008-2009 KST132190
Kamerstuk 2008-2009 KST132183
Kamerstuk 2008-2009 KST132189
Kamerstuk 2008-2009 KST132060
Kamerstuk 2008-2009 KST132046
Kamerstuk 2008-2009 KST132072
In de voorgaande Wet medezeggenschap onderwijs 1992 had het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad instemmingsrecht over de samenstelling van de formatie.
Kamerstuk 2008-2009 KST132050Kamerstuk 2008-2009 KST132052
Kamerstuk 2008-2009 KST132044
Kamerstuk 2008-2009 KST132061
De ondernemingsraad heeft over dit onderwerp instemmingsrecht, maar de vakanties betreffen ook de deelnemers.
Kamerstuk 2008-2009 KST132049Kamerstuk 2008-2009 KST131988
Kamerstuk 2008-2009 KST132051
Kamerstuk 2008-2009 KST132023
Kamerstuk 2008-2009 KST131983
Agenda 2008-2009 OVG1570
Kamerstuk 2008-2009 KST132022
Agenda 2008-2009 OVG1563
Agenda 2008-2009 OVG1562
Agenda 2008-2009 OVG1560
Agenda 2008-2009 OVG1558
Agenda 2008-2009 OVG1553
Agenda 2008-2009 OVG1550
Agenda 2008-2009 OVG1546
Agenda 2008-2009 OVG1541
Kamerstuk 2008-2009 KST127798
De belangrijkste wijziging heeft betrekking op een aantal specifieke bevoegdheden die aan de ondernemingsraad in een instelling worden toegekend, om de zeggenschap van het personeel op het onderwijskundige vlak te expliciteren. Het gaat vooral om bevoegdheden op het gebied van het onderwijsbeleid van de instelling.
Kamerstuk 2008-2009 KST127796Kamerstuk 2007-2008 KST116345
Kamerstuk 2007-2008 KST112070
Kamerstuk 2007-2008 KST112067
De achterblijvende betrokkenheid van deelnemers in de sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve-sector) is een belangrijke overweging om het onderhavige wetsvoorstel op te stellen. Met dit wetsvoorstel kan worden bereikt dat de deelnemers en in voorkomende gevallen hun ouders, op wier verzoek een ouderraad kan worden ingesteld, sterker bij de besluitvorming binnen de instellingen worden betrokken en daarop daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen. Versterking en modernisering van de medezeggenschap gebeurt door introductie van een zogenaamde gedeelde medezeggenschapsstructuur, de kern van dit wetsvoorstel, die bestaat uit een deelnemersraad voor de deelnemers (leerlingen en ouders), en uit een ondernemingsraad voor het personeel. De gedeelde structuur voorziet in een duidelijke afbakening in taken en bevoegdheden voor de partners in medezeggenschap. Voor de deelnemers gaat het bij de medezeggenschap vooral om het onderwijsproces, de voorzieningen voor het onderwijs, de rechten en positie als deelnemer, en de gevolgen voor de deelnemers van ingrijpende beslissingen zoals fusie, inkrimping en uitbreiding. Voor het personeel gaat het bij de medezeggenschap om het strategische beleid van de organisatie, beleid en regelingen op het terrein van het personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid, het onderwijsbeleid, de voorzieningen voor de werksituatie, en om grote organisatiebeslissingen. Dit wetsvoorstel bevat verder een tweetal nieuwe instrumenten in het kader van de positionering van de deelnemers en het personeel: het medezeggenschapsstatuut en het professioneel statuut. In het medezeggenschapsstatuut dient een instelling te regelen hoe de medezeggenschapsstructuur er binnen de gehele instelling uitziet. Om de belangen te borgen van leerlingen die voortgezet onderwijs volgen dat deel uitmaakt van een bve-instelling, de groep jongste onderwijsdeelnemers, worden in het medezeggenschapsstatuut de bevoegdheden van een verplichte ouderraad vastgelegd. De deelnemers- en ondernemingsraad en de verplichte ouderraad van een AOC of verticale scholengemeenschap hebben instemmingsrecht ten aanzien van het statuut. In het professioneel statuut wordt invulling gegeven aan de rol van de werknemer als professional bij een onderwijsinstelling. Tot slot worden door middel van dit wetsvoorstel de deelnemers en het personeel bevoegdheden gegeven ten aanzien van de raad van toezicht.
Kamerstuk 2007-2008 KST112069De achterblijvende betrokkenheid van deelnemers in de sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve-sector) is een belangrijke overweging om het onderhavige wetsvoorstel op te stellen. Met dit wetsvoorstel kan worden bereikt dat de deelnemers en in voorkomende gevallen hun ouders, op wier verzoek een ouderraad kan worden ingesteld, sterker bij de besluitvorming binnen de instellingen worden betrokken en daarop daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen. Versterking en modernisering van de medezeggenschap gebeurt door introductie van een zogenaamde gedeelde medezeggenschapsstructuur, de kern van dit wetsvoorstel, die bestaat uit een deelnemersraad voor de deelnemers (leerlingen en ouders), en uit een ondernemingsraad voor het personeel. De gedeelde structuur voorziet in een duidelijke afbakening in taken en bevoegdheden voor de partners in medezeggenschap. Voor de deelnemers gaat het bij de medezeggenschap vooral om het onderwijsproces, de voorzieningen voor het onderwijs, de rechten en positie als deelnemer, en de gevolgen voor de deelnemers van ingrijpende beslissingen zoals fusie, inkrimping en uitbreiding. Voor het personeel gaat het bij de medezeggenschap om het strategische beleid van de organisatie, beleid en regelingen op het terrein van het personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid, het onderwijsbeleid, de voorzieningen voor de werksituatie, en om grote organisatiebeslissingen. Dit wetsvoorstel bevat verder een tweetal nieuwe instrumenten in het kader van de positionering van de deelnemers en het personeel: het medezeggenschapsstatuut en het professioneel statuut. In het medezeggenschapsstatuut dient een instelling te regelen hoe de medezeggenschapsstructuur er binnen de gehele instelling uitziet. Om de belangen te borgen van leerlingen die voortgezet onderwijs volgen dat deel uitmaakt van een bve-instelling, de groep jongste onderwijsdeelnemers, worden in het medezeggenschapsstatuut de bevoegdheden van een verplichte ouderraad vastgelegd. De deelnemers- en ondernemingsraad en de verplichte ouderraad van een AOC of verticale scholengemeenschap hebben instemmingsrecht ten aanzien van het statuut. In het professioneel statuut wordt invulling gegeven aan de rol van de werknemer als professional bij een onderwijsinstelling. Tot slot worden door middel van dit wetsvoorstel de deelnemers en het personeel bevoegdheden gegeven ten aanzien van de raad van toezicht.
Kamerstuk 2007-2008 KST112068