| Bestand |
KST139754
|
| Rubriek(en) |
Criminaliteit en openbare orde |
| Dossier | 32215 nr. B |
| Vindplaats | Kamerstuk 2009-2010, 32215, nr. B, Eerste Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 15-01-2010 |
| Datum vaststelling | 13-01-2010 |
| Document-id | KST139754 |
| Omvang | 6 |
| Inhoud |
32 215 Goedkeuring en uitvoering van het op 31 oktober 2009 te Tilburg totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België over de terbeschikkingstelling van een penitentiaire inrichting in Nederland ten behoeve van de tenuitvoerlegging van bij Belgische veroordelingen opgelegde vrijheidsstraffen (Trb. 2009, 202) B NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Ontvangen 13 januari 2010 Met belangstelling heeft de regering kennis genomen van het verslag van de vaste commissie voor Justitie inzake dit voorstel van wet. Mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, ga ik hieronder graag in op de door de fracties van het CDA en de SP gestelde vragen en naar voren gebrachte punten. Bij de beantwoording van de gestelde vragen is de indeling van het verslag zo veel mogelijk aangehouden. Waar dit de duidelijkheid ten goede komt, zijn een aantal vragen tezamen beantwoord. De leden van de CDA-fractie stellen enkele vragen over de verhouding van dit verdrag tot verschillende bepalingen van de Grondwet. Deze leden merken terecht op dat het onderhavige wetvoorstel geen verwijzing bevat naar artikel 91, derde lid, van de Grondwet. In de memorie van toelichting is hier wel op ingegaan, maar de regering maakt graag van de door de vragen van de CDA-fractie geboden gelegenheid gebruik om haar stand- punt hierover nader uiteen te zetten. Artikel 91, derde lid, van de Grondwet brengt mee dat de wetgever in voorkomend geval zorgvuldig moet onderzoeken of er met sluiting van een verdrag sprake is van een afwijking van specifieke grondwettelijke bepalingen. Uitdrukkelijke goedkeuring met tweederde meerderheid is dan immers vereist. Naar de mening van de regering is er met de sluiting van het onderhavige verdrag met België geen sprake van afwijking van enige bepaling van de Grondwet. De toepassing van artikel 91, derde lid, van de Grondwet is derhalve niet aan de orde. Het onderhavige verdrag regelt dat de tenuitvoerlegging van vrijheids- straffen die in Belgi |