| Bestand |
KST141244
|
| Rubriek(en) |
Handel en economie Handel en economie Internationale betrekkingen |
| Dossier | 21501-30 nr. 224 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2009-2010, 21501-30, nr. 224, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 03-03-2010 |
| Datum vaststelling | 01-03-2010 |
| Document-id | KST141244 |
| Omvang | 4 |
| Inhoud |
21 501-30 Raad voor Concurrentievermogen Nr. 224 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 1 maart 2010 Mede namens de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bied ik u hierbij het verslag aan van de informele Raad voor Concurrentie- vermogen van 7–9 februari jl. in San Sebastián (Spanje). Het informele karakter van deze Raad betekent dat er een vrije gedachtewisseling plaats- vond zonder besluitvorming. De bijeenkomst viel uiteen in twee delen: een deel over onderzoek en een deel over industrie. Tijdens het onderzoeksdeel werd gesproken over de bijdrage van wetenschap aan economisch herstel en groei en over de «integratie, betrokkenheid en inclusie» van wetenschap en innovatie in de EU. Tijdens het deel over industrie werd gesproken over elektrisch rijden. Hieronder vindt u een toelichting van de bespreking van deze onder- werpen tijdens de Raad. De eerstvolgende formele Raad voor Concurrentievermogen vindt plaats op 1 en 2 maart in Brussel. Onderzoeksdeel De Spaanse minister voor Wetenschap en Innovatie, Cristina Garmendia, leidde namens het Voorzitterschap de discussie. Basis voor de discussie vormde een door het Voorzitterschap opgesteld achtergronddocument met daarin drie thema’s – Integratie, Betrokkenheid, Inclusie van weten- schap en innovatie. Minister Garmendia benadrukte het belang van de vorming van een nieuwe Commissieportefeuille van onderzoek, innovatie en wetenschap. Met betrekking tot het thema «integratie» gaf minister Garmendia aan dat zij een vrij verkeer van kennis (inclusief mobiliteit van onderzoekers) als een essentiële voorwaarde zag voor de Europese kenniseconomie. Het Voorzitterschap beoogt in dat kader raadsconclusies over mobiliteit en carrières van Europese onderzoekers aan te nemen in de Raad voor Concurrentievermogen op 2 maart. Dit onderwerp zal ook worden Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009–2010 KST141244 0910tkkst2150 |