| Bestand |
KST142089
|
| Rubriek(en) |
Natuur Strafrecht en strafprocesrecht Strafrecht en strafprocesrecht |
| Dossier | 30511 nr. 15 |
| Vindplaats | Kamerstuk 2009-2010, 30511, nr. 15, Tweede Kamer |
| Afkomstig van |
|
| Publicatiedatum | 01-04-2010 |
| Datum vaststelling | 29-03-2010 |
| Document-id | KST142089 |
| Omvang | 2 |
| Inhoud |
30 511 Voorstel van wet van de leden Waalkens en Ormel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het verhogen van de maximale proeftijd voor misdrijven die de gezondheid of het welzijn van dieren benadelen, en in verband met het verhogen van het strafmaximum voor onder meer het doden van andermans dieren Nr. 15 AMENDEMENT VAN DE LEDEN THIEME EN TEEVEN Ontvangen 29 maart 2010 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: In artikel I worden na onderdeel A twee onderdelen ingevoegd, luidende: Aa In het eerste Boek, Titel II A, komt de titel van de eerste afdeling te luiden: EERSTE AFDELING Onttrekking aan het verkeer, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, schadevergoeding en verbod op het houden van dieren Ab Na artikel 36f wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 36g 1. Een verbod op het houden van dieren kan worden opgelegd: 1°. bij de rechterlijke uitspraak waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld; 2°. bij de rechterlijk uitspraak waarbij overeenkomstig artikel 9a wordt bepaald dat geen straf zal worden opgelegd; 3°. bij de rechterlijk uitspraak waarbij, niettegenstaande vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging, wordt vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan. 2. Artikel 33c, tweede en derde lid, alsmede artikel 446 van het Wetboek van Strafvordering, zijn van overeenkomstige toepassing. 3. De maatregel kan tezamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd. Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009–2010 KST142089 0910tkkst30511-15 ISSN 0921 - 7371 Sdu Uitgevers ’s-Gravenhage 2010 Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 30 511, nr. 15 1 Toelichting Het wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid tot het opleggen van een houdverbod van 10 jaar als bijzondere voorwaarde bij een voorwaarde- lijke straf. Indiener is van mening dat een houdverbod tevens moet kunnen worden opgelegd als maatregel. Het probleem bij het houdverbod als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelij |