| Bestand |
KVR38541
|
| Inhoudsindicatie | Vraag, naar aanleiding van berichten dat er in 2008 ten opzichte van 2007 veertien procent meer proefdieren gedood zijn zonder dat ze ingezet zijn voor dierproeven, aan de betrokken ministers om de vergunninghoudende instellingen aan te sporen om in hun fokbeleid meer rekening te houden met de te verwachten vraag naar inzet van proefdieren. |
| Rubriek(en) |
Natuur Wetenschap en technologie |
| Vindplaats | Kamervragen met antwoord 2009-2010, nr. 826, Tweede Kamer |
| Publicatiedatum | 14-12-2009 |
| Datum indiening | 03-11-2009 |
| Datum reactie | 30-11-2009 |
| Omvang | 1 |
| Vraagnr. bij indiening | 2009Z20382 |
| Indiener |
|
| Inhoud |
826 Vragen van het lid Ormel (CDA) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het doden van proefdieren zonder dat deze dieren zijn ingezet voor dierproeven (Ingezonden 3 november 2009) 1 Hoe komt het dat in 2008 ten opzichte van 2007 14 procent meer proefdieren zijn gedood zonder dat deze dieren zijn ingezet voor dierproeven? 1 2 Kunt u uiteenzetten welke aantallen per diersoort zijn gedood zonder dat deze dieren zijn ingezet voor dierproeven en wat de reden is dat deze dieren toch gefokt zijn? 3 Bent u van mening dat het streven dient te zijn dat niet alleen het aantal dierproeven, maar ook het totaal aantal gefokte proefdieren een dalende lijn laat zien? Met welk beleid probeert u deze dalende lijn te bevorderen? 4 Op welke wijze gaat u vergunninghoudende instellingen aansporen om in hun fokbeleid meer rekening te houden met de te verwachten vraag naar inzet van proefdieren? 1 NOS Teletekst, 27 oktober 2009. Antwoord Antwoord van minister Klink (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 30 november 2009) 1 t/m 4 Tijdens de behandeling van de VWS begroting 2010 op 10 en 11 november jl. is door mevrouw Ouwehand (PvdD) ook gevraagd naar de oorzaken van het gestegen aantal dode en gedode «dieren in voorraad». Ik heb aangegeven dat ik de recente cijfers verontrustend vind. Waarschijnlijk is de voornaamste oorzaak van de stijging de toename van onderzoek waarbij genetische modificatie wordt toegepast. Hierbij ontstaan bij kruisingen veel proefdieren die niet de specifiek benodigde genetische aanpassing hebben en voor dat onderzoek overtollig zijn. Om te achterhalen in hoeverre mijn veronderstellingen ten aanzien van de oorzaak van de groei juist zijn, dan wel of er andere verklaringen zijn, heb ik de Centrale Commissie Dierproeven gevraagd te kijken naar de aspecten die bij het afstemmen van vraag en aanbod in de sector een rol spelen. De commissie zal ook kijken naar de vraag welke rol de verplichte to |