Handelingen 2009-2010, nr. 23, Eerste Kamer, pag. 1011-1011
Handelingen 2009-2010, nr. 23, Eerste Kamer, pag. 1027-1027
Handelingen 2009-2010, nr. 23, Eerste Kamer, pag. 1028-1029
Handelingen 2009-2010, nr. 66, Tweede Kamer, pag. 5749-5749
Handelingen 2009-2010, nr. 66, Tweede Kamer, pag. 5789-5792
Handelingen 2009-2010, nr. 65, Tweede Kamer, pag. 5678-5679
Handelingen 2009-2010, nr. 66, Tweede Kamer, pag. 5764-5765
Handelingen 2009-2010, nr. 65, Tweede Kamer, pag. 5655-5655
Handelingen 2009-2010, nr. 65, Tweede Kamer, pag. 5748-5748
Hierbij stuurt voorzitter Verbeet de Kamer, zoals toegezegd in de Nota naar aanleiding van het Verslag bij de Raming voor 2010 (Kamerstuk 31952, nr. 5), het voorstel voor een 'Tijdelijke regeling extern onderzoek ten behoeve van initiatiefwetsvoorstellen'. Dit voorstel heeft de goedkeuring van de Commissie voor de Werkwijze en het Presidium. In genoemd voorstel wordt een regeling getroffen waarmee Kamerleden verzoeken kunnen indienen voor externe ondersteuning ten behoeve van het opstellen van een initiatiefwetsvoorstel, waardoor een uitgebreidere keuze in de ondersteuning bij het opstellen van initiatiefwetsvoorstellen zal worden geboden. Naar verwachting zal er maximaal zes keer per jaar een beroep worden gedaan op deze regeling. Verbeet stelt voor om, na goedkeuring door de Kamer, deze regeling per 1 mei 2010 in werking te laten treden.
Kamerstuk 2009-2010, 32355, nr. 1, Tweede KamerIn genoemd voorstel wordt een regeling getroffen waarmee Kamerleden verzoeken kunnen indienen voor externe ondersteuning ten behoeve van het opstellen van een initiatiefwetsvoorstel, waardoor een uitgebreidere keuze in de ondersteuning bij het opstellen van initiatiefwetsvoorstellen zal worden geboden. Naar verwachting zal er maximaal zes keer per jaar een beroep worden gedaan op deze regeling.
Kamerstuk 2009-2010, 32355, nr. 2, Tweede KamerAgenda van de Staten-Generaal 2009-2010, 02-04-2010, Tweede Kamer
Vragen om de zwijgplicht voor (ex-)Kamerleden, die ten tijde van de inval in Irak deel uitmaakten van de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, op te heffen zodat ze nu vrijuit kunnen spreken met de commissie Davids. De commissie zou ook berichten moeten onderzoeken dat Nederland destijds informatie zou hebben verstrekt aan Amerikaanse, Duitse dan wel Franse inlichtingendiensten.
Kamervragen met antwoord 2009-2010, nr. 1819, Tweede KamerHandelingen 2009-2010, nr. 64, Tweede Kamer, pag. 5597-5597
Handelingen 2009-2010, nr. 64, Tweede Kamer, pag. 5626-5629
Handelingen 2009-2010, nr. 64, Tweede Kamer, pag. 5652-5653
Handelingen 2009-2010, nr. 22, Eerste Kamer, pag. 909-909
Handelingen 2009-2010, nr. 22, Eerste Kamer, pag. 947-948
Handelingen 2009-2010, nr. 22, Eerste Kamer, pag. 1008-1008
Handelingen 2009-2010, nr. 22, Eerste Kamer, pag. 1009-1010
Handelingen 2009-2010, nr. 63, Tweede Kamer, pag. 5527-5527
Handelingen 2009-2010, nr. 63, Tweede Kamer, pag. 5594-5596
Handelingen 2009-2010, nr. 63, Tweede Kamer, pag. 5537-5539
fraudebestrijding.
Kamerstuk 2009-2010, 32347, nr. A/1, Eerste/Tweede KamerHandelingen 2009-2010, nr. 62, Tweede Kamer, pag. 5439-5439